Ontdek, proef en beleef het platteland van morgen
/gratis-abonnement
Denk-pistes

Wereldwaterdag: hoeveel water verbruikt de land- en tuinbouw?

Beeld: emanoo - photocase.com

 

 

Elk jaar op 22 maart vieren we Wereldwaterdag. Onze behoefte aan (proper) water is er op al die jaren echter niet kleiner van geworden, ons verbruik ook niet. Hoe zit dat in de land- en tuinbouw?

 

Water in de land- en tuinbouw

Dieren en planten hebben water nodig om te overleven, net als wij. Het water dat land- en tuinbouwers aan hun dieren en gewassen te drinken geven, vormt het direct watergebruik van de sector. Verder heeft ze echter water nodig om voeder, meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen, enzovoort te produceren, en water om geoogste producten, stallen, tractors, melktanks, enzovoort schoon te maken. Maar hoeveel? Enkele cijfers op een rij.

Uit cijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) blijkt dat de huishoudens het grootste aandeel hebben in het verbruik van leidingwater en regenwater. De industrie heeft het grootste aandeel in het verbruik van oppervlaktewater (exclusief koelwater) en ander water, de energiesector is de grootste verbruiker van koelwater en de landbouw is dan weer de grootste verbruiker van grondwater.

De landbouw- en de agrovoedingssector verbruiken in totaal 118 miljoen m³ water, waarvan de landbouw 69 miljoen m³ inneemt en de agrovoedingssector 49 miljoen m³. Twee derde van het totale waterverbruik (76 miljoen m³) is grondwater.

Binnen de landbouwsector vertegenwoordigt de gespecialiseerde veeteelt 39 procent van het waterverbruik. De groenteteelt (in openlucht en onder glas) heeft een aandeel van 20 procent. Het aandeel duurzaam water is het grootst in de deelsectoren onder glas. Zij kunnen makkelijk regenwater opslaan en hergebruiken. 

Hoeveel drinken dieren en gewassen?

  • Koe: een koe drinkt dagelijks 5 tot meer dan 150 liter water, afhankelijk van haar leeftijd, gewicht, het productieniveau, de samenstelling van het rantsoen, de omgevingstemperatuur, en de relatieve luchtvochtigheid.
     
  • Paard: een paard op stal drinkt zo’n 37 liter per dag, maar een paard in de wei drinkt minder. Dit omdat vers gras ook vocht aanlevert.
     
  • Varken: een big drinkt per dag ongeveer 10 procent van zijn/haar gewicht aan water. Een kleine big van 10 kilogram drinkt bijvoorbeeld 1 liter per dag, en een big van 30 kilogram 3 liter. Een volgroeid varken drinkt in verhouding iets minder. Voor 100 kilogram gewicht drinkt een varken bijvoorbeeld 8 tot 10 liter water per dag.
     
  • Kip: kippen hebben ongeveer een kwart liter water per dag nodig. Een vleeskip drinkt zo in haar hele leven 6,5 liter water op.
     
  • Schaap: een schaap drinkt tussen de 4 en 15 liter water per dag, en rammen drinken meer dan ooien. Een lammetje drinkt zo’n 0,6 liter water per dag.
     
  • Geit: een volgroeide geit drinkt zo’n 2 liter water per dag.
     
  • Moestuin: een goed gevuld groenteveld van 10 m² heeft zo’n 60 liter water nodig per dag. Hoe meer bladgroei er is, hoe meer water het veld nodig heeft.
     
  • Tomaat: voor de productie van een tomaat heeft een teler zo’n 32 liter water nodig (in totaal, niet per dag!).
     
  • Aardappel: een aardappel heeft zo’n 3 liter water per week nodig.
     
  • Kolen: kolen hebben ongeveer 4 liter water per week nodig, broccoli iets meer (4-5 liter).
     
  • Komkommer: een komkommerplant consumeert 6 of meer liter water per dag.
     
  • Appels en peren: appel- en perenbomen hebben ongeveer 200 liter water per dag nodig om vruchten te produceren. Tijdens het groeiseizoen drinken ze meer dan tijdens het bloei- en rustseizoen.

 

wereldwaterdag-planten-bis.jpg

 

Water footprint

Moeilijker om je in te beelden dan de hoeveelheid water die land- en tuinbouwers aan hun dieren en gewassen geven, is de hoeveelheid water die gebruikt wordt om voedergewassen te telen, meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en andere hulpstoffen te produceren, stallen en materiaal schoon te maken, enzovoort. Dit wordt dan ook het indirect waterverbruik van de land- en tuinbouw genoemd. Samen met het direct waterverbruik én het water dat in het proces vervuild wordt, bepaalt dit de water footprint van de sector. (Meer info over de manier waarop die berekend wordt, vind je hier.) 

Enkele water footprints van plantaardige en dierlijke producten vind je hieronder. Let wel: dit zijn wereldwijde gemiddelden, terwijl er grote verschillen zijn in de water footprint van de specifieke producten tussen de regio’s. (Meer water footprints vind je hier.)

  • Rundvlees: 15.400 liter water per kilogram, waarvan 99 procent veroorzaakt wordt door de productie van voeders. De exacte footprint van een stukje rundvlees is echter sterk afhankelijk van de manier waarop het geproduceerd wordt, waar het geproduceerd wordt, de voeders waarmee het dier gevoed wordt en waar die voeders geproduceerd worden. In tegendeel tot wat vaak gedacht wordt, is de water footprint van rundvlees afkomstig van de intensieve veehouderij kleiner dan die van rundvlees afkomstig van de extensieve veehouderij (graasbeheer of een gemengd systeem). In de intensieve veehouderij is het gebruik van blauw (oppervlakte- en grondwater) en grijs water (afvalwater) over het algemeen echter groter dan in de extensieve veehouderij, en waterschaarste en –vervuiling zijn nu net meer gerelateerd aan blauw en grijs water dan aan groen water (hemelwater). (Meer info over de blauwe, grijze en groene water footprint vind je hier.)
     
  • Varkensvlees: 6.000 liter water per kilogram.
     
  • Kip: 4.300 liter water per kilogram.
     
  • Eieren: 196 liter water per ei (60 gram), 3.300 liter per kilogram. Uitgedrukt per gram eiwit is dat 29 liter.
     
  • Koemelk: 255 liter water per glas van 250 ml of 1020 liter per kilogram. Uitgedrukt per gram eiwit is dat 31 liter. Opnieuw is de plaatselijke water footprint van melk echter afhankelijk van de manier waarop de koeien gehouden worden, het voeder dat ze krijgen, enzovoort.
     
  • Kaas: 3.178 liter water per kilogram.
     
  • Appel: 822 liter water per kilogram.
     
  • Brood (van tarwe): 1.608 liter water per kilogram. Tarwe heeft een water footprint van 1.827 liter per kilogram. In West-Europa is die footprint echter veel kleiner dan het wereldwijde gemiddelde.
     
  • Aardappelen: 287 liter water per kilogram.
     
  • Kool: 237 liter water per kilogram.
     
  • Tomaat: 214 liter water per kilogram, of 50 liter per tomaat (250 gram).
     
  • Komkommer en pompoen: 353 liter water per kilogram.
     
  • Peulvruchten: 19 liter water per gram eiwit.

Over het algemeen wordt gesteld dat dierlijke producten per ton of kilogram een grotere water footprint hebben dan plantaardige producten. Dat geldt ook wanneer de water footprint wordt uitgedrukt per kilocalorie, gram eiwit, gram vet, enzovoort. Met uitzondering van boter: uitgedrukt per gram vet heeft dat product een kleinere water footprint dan oliehoudende gewassen. Een tabel waarin de water footprint van enkele producten per kilogram, kilocalorie, gram eiwit en gram vet wordt vergeleken, vind je hier

 

irrigatie-bis.jpg

Beeld: unsplash

 

Vlaanderen

De Vlaamse landbouw- en de agrovoedingssector verbruiken in totaal 118 miljoen m³ water, waarvan de landbouw 69 miljoen m³ inneemt en de agrovoedingssector 49 miljoen m³. Twee derde van het totale waterverbruik (76 miljoen m³) is grondwater. 

Het verbruik van de sector kent over de jaren heen een wisselend verloop. Veel daarvan is afhankelijk van de weersomstandigheden. Tijdens droge groeiseizoenen wordt nu eenmaal meer water aangewend. Volgens het meest recente Landbouwrapport (2018) bedroeg het verbruik in 2011 ongeveer even veel als het verbruik in 2012, 20113 en 2014. In 2015 en 2016 lag het waterverbruik iets hoger.

Het aandeel leidingwater blijft tussen 2011 en 2016 wel vrij constant (9%). Vergelijken we 2016 met 2007, dan is het aandeel leidingwater wel gedaald, zo'n 17 procent. Maar het merendeel van het water dat land- en tuinbouwers verbruiken, is grondwater (80%). Daarenboven passen heel wat bedrijven waterbesparingstechnieken toe. Regenwater opvangen, het gebruik van een inweekmiddel, een spoelautomaat, anti-morsdrinkbakken en het zuiveren en hergebruiken van afvalwater zijn populaire maatregelen.

Ook druppelirrigatie is een interessante manier om efficiënt met water om te springen. Deze reportage van VILT TeeVee laten je kennismaken met de techniek.

 

De wereld

Wereldwijd zal de vraag naar water volgens de Verenigde Naties (VN) met 55 procent stijgen tegen 2050. Vooral als gevolg van een stijgende vraag uit de maakindustrie, een groei in de productie van thermische elektriciteit en een toenemend thuisverbruik. Wanneer er niets verandert aan ons waterbeleid, zal er tegen 2030 een globaal tekort ontstaan van 40 procent. 40 procent! Nochtans is er volgens diezelfde VN voldoende water op aarde beschikbaar. We moeten dus alleen maar leren minder water te verspillen. Een boodschap om ter harte te nemen, gezien we zelf (de gezinnen) de tweede grootste watergebruiker zijn in Vlaanderen…

Bronnen: Landbouwrapport 2018, waterfootprint.org, unwater.orgrundveeloket.be, varkensloket.be, milieurapport.be, levendehave.nl

Lees nog artikels met volgende tags

Wereldwaterdag, water, water footprint
Aangemaakt op 10:18 01/04/2016 Laatst aangepast op 11:57 01/04/2020