Ontdek, proef en beleef het platteland van morgen
/gratis-abonnement
Denk-pistes

Wat drijft de boer om duurzaam te produceren?

Onderzoekers van Joint Research Centre (JRC) onderzochten de drijfveren van landbouwers die milieuvriendelijke en ecologisch verantwoorde methodes toepassen. Op basis van een literatuurstudie van economisch, psychologisch en sociologisch onderzoek die de laatste 20 jaar gepubliceerd is, bieden ze een overzicht van alle factoren die landbouwers ertoe aanzetten om duurzame beslissingen te nemen. Daaruit is gebleken dat niet enkel de economische factor doorslaggevend is. Beleidsmakers moeten volgens de wetenschappers rekening houden met alle factoren, willen ze een duurzaam landbouwbeleid voeren.
De Europese Unie pompte vorig jaar ongeveer 60 miljard euro in het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Om dit beleid meer te richten op het halen van de milieu- en klimaatdoelstellingen is het belangrijk dat de beleidsmakers begrijpen hoe Europese landbouwers beslissingen nemen over het al dan niet toepassen van ecologisch praktijken.
 
Boeren zijn bijvoorbeeld heel gevoelig voor de manier waarop de gemeenschap naar hun duurzame inspanningen kijkt. Door publieke erkenning te geven aan de inspanningen van boeren voor het milieu, zal de kans dat ze groene praktijken blijven toepassen meer dan verdubbelen.
 
Dit is slechts één voorbeeld uit de recente publicatie van JRC, waarin wordt gesteld dat een beter begrip van de gedragsfactoren, die aan de grondslag liggen van de beslissingen van landbouwers om duurzame praktijken toe te passen, kan bijdragen tot het bereiken van ambitieuze klimaatdoelstellingen zonder dat dit noodzakelijkerwijs leidt tot hogere financiële uitgaven.
 
Er wordt vaak van uitgegaan dat boeren rationele beslissingen maken op basis van de economische winst die het voor hen oplevert. Maar dit kan, volgens de wetenschappers, leiden tot onrealistische beleidsverwachtingen. Daarom hebben ze de resultaten van 20 jaar onderzoek naar sociologische, psychologische en economische gedragsfactoren in kaart gebracht, die invloed hebben op de keuzes van boeren om duurzame praktijken toe te passen.
 
De factoren die van invloed zijn, verdelen ze in drie grote clusters. De cognitieve factoren liggen het dichtst bij de eigenlijke beslissing en hebben te maken met de perceptie van de landbouwer van de financiële voordelen, kosten en risico’s die verbonden zijn aan milieuvriendelijke methodes. Maar ook sociale factoren, zoals de mening van hun omgeving, de verwachtingen van vrienden of familie of de wat hun buren doen, spelen een rol. Ten slotte definiëren ze dispositieve factoren. Deze liggen het verst weg van de beslissing, maar oefenen er toch een grote invloed op uit, zoals de persoonlijkheid van de boer, zijn motivatie, waarden, overtuigingen en doelstellingen.

Hoe kunnen de beleidsmakers hier mee aan de slag?

De beslissingen van de landbouwer blijken dus niet altijd in overeenstemming met wat louter economisch verwacht wordt.
 
Zo kunnen landbouwers aangemoedigd worden om vrijwillig over te schakelen op duurzame methodes door hen te informeren dat het merendeel van de naburige landbouwbedrijven al hetzelfde gedaan heeft. Uit onderzoek is gebleken dat hierdoor het aantal landbouwers, dat uiteindelijk de stap zet om over te schakelen, verdubbelt als ze weten dat hun buren er ook mee bezig zijn. Ook duidelijke informatie over de financiële voordelen en het positieve effect op het milieu kan boeren aanzetten om op een duurzamere manier te gaan produceren.
 
Op lange termijn moeten beleidsmakers ernaar streven om de bewustwording van de landbouwer te vergroten als het gaat over milieu en klimaat en hen ertoe aanzetten om milieuzorg mee te nemen als landbouwdoelstelling. De erkenning van de maatschappij blijkt ook een heel belangrijke factor te zijn, dit kan door middel van een imagocampagne waarbij de inspanningen in de verf gezet worden. Ook voor de consumenten zien de onderzoekers een rol weggelegd. Als iedereen zich meer bewust is van ecologische duurzaamheid van landbouwpraktijken, zullen de boeren zelf ook meer geneigd zijn om hun methodes te veranderen.
Aangemaakt op 14:26 30/10/2019 Laatst aangepast op 14:27 30/10/2019