Ontdek, proef en beleef het platteland van morgen
/gratis-abonnement

Dirk Lips: "Er bestaat vlees dat niet dier-on-vriendelijk is"

“Ik geloof dat er vlees bestaat dat ‘niet dieronvriendelijk’ wordt geproduceerd, met name wanneer dieren de kans krijgen een leven te leiden dat de moeite waard is. Dat ‘er zijn’ in die situatie beter is dan er helemaal niet te zijn. Ik zie daarbij twee mogelijkheden: een verantwoorde, beheerde jacht en bepaalde vormen van veehouderij. In het eerste geval heeft het dier een mooi en maximaal biologisch leven gehad, tenminste als de populaties in het gebied door middel van jacht onder controle worden gehouden. Als dat niet het geval is, vallen dieren elkaar aan in hun zoektocht naar voedsel, verzwakken ze allemaal en lijden ze meer pijn dan in eender welke andere situatie. Een dergelijke wildsituatie is dus verre van de meest ideale vanuit het standpunt van het dierenwelzijn, in tegendeel tot wat vaak gedacht wordt. Maar wanneer er dus wel goed aan populatiebeheer wordt gedaan, is een leven in het wild voor dieren de moeite waard, en is vlees dat in het wild geschoten wordt vanuit dat standpunt niet dieronvriendelijk. Hetzelfde geldt voor veehouderij: als het op zo’n manier georganiseerd wordt dat de dieren een waardig leven hebben geleid, is het ethisch te verdedigen. Zonder daarbij hun dood als een futiliteit of faits divers te willen afdoen.

Daarbij moet je wel iets in het achterhoofd houden: dieren hebben andere behoeften dan wij, en verschillende soorten dieren hebben opnieuw verschillende behoeften. De vraag of iets diervriendelijk is, moet je dus telkens per soort bekijken, en we mogen niet onze eigen behoeften projecteren op die van het dier. Bijvoorbeeld dat wij een jas nodig hebben in de winter, wil niet zeggen dat een hond die ook nodig heeft. Empathie is belangrijk wanneer je praat over dierenwelzijn, maar het volstaat niet. Je hebt ook kennis nodig over wat voor dat specifieke dier belangrijk is, voor je uitspraken kan doen over zijn welzijn. Op dat punt loopt het vaak spaak. Bovendien kan welzijn gecompenseerd worden. Daarmee bedoel ik dat oppervlakte bijvoorbeeld voor dieren niet het belangrijkste is, en een gebrek daaraan deels gecompenseerd kan worden door de dieren meer entertainment te bieden. Verveling is immers een groter welzijnsprobleem voor dieren dan ruimte.

Tot slot nog dit: Europa bepaalt een ondergrens van wat diervriendelijk is, vanaf die grens vinden we dat het beter is voor het dier om er te zijn in die situatie dan er helemaal niet te zijn. Maar de bovengrens kan jij als consument zelf bepalen: wat vind jij belangrijk, en hoeveel ben je bereid ervoor te betalen?” 

Aangemaakt op 16:47 19/12/2013 Laatst aangepast op 17:07 19/12/2013