Ontdek, proef en beleef het platteland van morgen
/gratis-abonnement
Denk-pistes

We kiezen gestaag meer voor duurzaam

De staafjes op de ‘duurzame consumptie in België’-grafieken worden alsmaar groter. Of simpeler gezegd: de Belg consumeert alsmaar duurzamer. ;-) In vergelijking met 2015 heeft de Belgische consument in 2017 bijna 37 procent meer uitgegeven aan de aankoop van duurzame verse voeding, met name 585 miljoen euro tegenover 429 miljoen euro. Het aandeel van duurzame aankopen in de totale consumptie van verse voeding stijgt daarmee van 4,9 naar 6,6 procent.

De cijfers komen uit de nieuwste ‘Monitor duurzame voedselkeuzes’ van het Departement Landbouw en Visserij. Duurzaam voedsel wordt daarin gedefinieerd als “voedsel waarbij tijdens de productie en verwerking meer rekening is gehouden met milieu, dierenwelzijn en/of sociale aspecten dan wettelijk verplicht is”. Geen perfecte definitie, want is bijvoorbeeld ‘meer dan wettelijk verplicht’ wel voldoende?
Belangrijk om te weten is dat dit rapport geen thema’s opneemt die betrekking hebben op voedselpatronen (verminderde dierlijke eiwitconsumptie, gezonde voeding, vermijden van voedselverlies), maar wel op de voedingsproducten zelf.
De auteurs benadrukken dat de monitor door een gebrek aan data en middelen geen volledig beeld kan geven van dé duurzame consumptie in Vlaanderen, maar dat het rapport via een aantal indicatoren wel een basisinzicht oplevert in interessante trends en ontwikkelingen.

Wat zijn dan die interessante trends en ontwikkelingen?

Biologische voeding

In 2017 besteedde de Vlaming 193 miljoen euro aan biologische producten voor thuisverbruik, 19 procent meer dan in 2015 (162,5 miljoen euro). Binnen de verse voeding blijft het marktaandeel van biologische aankopen evenwel klein, met een stijging van 2 procent naar 2,4 procent. Bij sommige categorieën ligt het marktaandeel van biologische producten wel een stuk hoger, onder meer bij groenten (5,4 procent).

Duurzaam courgette.jpg

Diervriendelijke eieren

Als indicator voor dierenwelzijn wordt in het rapport gebruikgemaakt van de verplichte stempelcode voor eieren (lees meer over die code). Daaruit blijkt dat 74 procent van de eieren voor thuisverbruik scharreleieren zijn, 5 procent meer dan in 2015. Daarna volgen vrije-uitloopeieren (18 procent, -5 procent tegenover 2015) en biologische eieren (4 procent). Het aandeel eieren uit kooisystemen en overige eieren zakt verder tot 3 procent. Verse kooi-eieren worden al een tijd niet meer aangeboden door de supermarktketens, maar zijn vooral bestemd voor de voedingsindustrie.
Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts pleitte in november 2018 trouwens voor een verbod op het houden van legkippen in verrijkte kooien, en hij hoopt dat terug te zien in het volgend regeerakkoord.

Duurzaam eieren.jpg

Duurzame vis

Voor vis gebruikt het rapport cijfers van het totale thuisverbruik van vis, week- en schaaldieren in België, gecombineerd met cijfers op basis van twee internationale labels, met name MSC (voor duurzame wilde vis) en ASC (voor verantwoord gekweekte vis uit aquacultuur). De verkoop van zowel MSC-gecertificeerde vis (van 13.088 ton naar 27.627 ton) als ASC-gecertificeerde vis (van 3.306 ton naar 7.741 ton) voor thuisverbruik is in twee jaar tijd meer dan verdubbeld. En het gezamenlijke aandeel van MSC en ASC is naar schatting ongeveer de helft van het totale Belgische thuisverbruik, terwijl dat twee jaar geleden nog op 20 tot 25 procent geschat werd.

Duurzaam haring.jpg

Duurzaam vlees

Algemene conclusies maken over hoe duurzaam de vleesconsumptie is, blijft moeilijk omdat er in Vlaanderen geen labels zijn die zich naar de consument toe profileren op dit thema. Daarom wordt in het rapport biologisch vlees (incl. gevogelte en wild) gebruikt als indicator. En daaruit blijkt dat het marktaandeel van biologisch vlees uiterst klein blijft (van 1,2 procent in 2015 naar 1,3 procent in 2017).

Korte keten

Door onder meer de diversifiëring binnen de korte keten en ook de kruisbestuiving tussen de korte keten en de retail is het moeilijk om algemene conclusies te trekken over de korte keten. Over de verkoop via hoevewinkels en boerenmarkten zijn er wel cijfers, en die tonen na een jarenlange daling opnieuw een groei in 2017. Samen zijn deze kanalen in 2017 goed voor 65 miljoen euro (waarvan 84 procent via hoeveverkoop).
De verkoop van voedingsproducten via voedselteams of bijvoorbeeld CSA is niet in deze cijfers opgenomen. Maar de populariteit neemt wel toe. Het aantal buurderijen bij Boeren en Buren steeg bijvoorbeeld in een jaar tijd van 33 tot 54, en in mei 2018 waren er 41 CSA-boerderijen met 8.000 leden (d.i. één boerderij en 700 leden meer dan in mei 2017).

Duurzaam boerenmarkt.jpg

Betekent dit dat we als consument verduurzamen?

Een grotere duurzame consumptie betekent niet automatisch dat wij als consument verduurzamen. Als supermarktketens bijvoorbeeld beslissen om geen kooieieren meer aan te bieden, dan gaan wij automatisch duurzamere eieren kopen. En eenzelfde verhaal als bijvoorbeeld meer vissoorten beschikbaar worden onder het MSC-label. Maar onderzoek toont wel aan dat de Vlaamse burger duurzame voeding belangrijk vindt en er ook naar wil handelen.
De verduurzaming blijkt zo een samenspel te zijn van verschillende elementen. Waarbij de retail en productie inspelen op de vraag van de consument om meer duurzame voeding aan te bieden, en er daardoor ook ruimte is voor duurzaamheidslabels om te groeien. Met een groter duurzaam aanbod in de supermarkt wordt bovendien de drempel van een te beperkte beschikbaarheid weggewerkt. “Samenwerking en interactie tussen de verschillende actoren is dus belangrijk, want alles samen kan dit leiden tot het beoogde eindresultaat: een duurzamere voedselproductie en -consumptie”, geeft het rapport als conclusie.

Bron: Monitor duurzame voedselkeuzes, 2018

Lees nog artikels met volgende tags

duurzaamheid, bio, dierenwelzijn, korte keten
Aangemaakt op 09:45 09/01/2019 Laatst aangepast op 11:24 20/03/2019