Ontdek, proef en beleef het platteland van morgen
/gratis-abonnement
Denk-pistes

Wat schaft de pot in 2030: proefbuishamburgers

Om de wereldwijde consumptie en productie van dierlijke eiwitten en hun bijbehorende ecologische voetafdruk in de toekomst binnen de perken te houden, wordt volop gezocht naar alternatieven.

In de zoektocht naar antwoorden op de toekomstige voedseluitdagingen, wordt met mysterieuze concepten gegoocheld. Krijgen we binnenkort vissen uit aquacultuur, algen, insecten en nog zottere dingen op ons bord? In de reeks ‘Wat schaft de pot in 2030?’ bespreken we telkens zo’n nieuw voedselproduct. Vandaag: proefbuishamburgers.

 

Nood aan duurzaam vlees

Omdat we steeds meer monden te voeden hebben, en we dus veel duurzamer moeten beginnen te eten als we een voedseltekort willen vermijden, worden steeds meer vraagtekens geplaatst bij de hoeveelheid vlees die we vandaag consumeren. Want de dieren die we opeten, vragen niet enkel veel plaats maar verbruiken ook water en eiwitrijk voeder en stoten broeikasgassen uit.

Desondanks stijgt die consumptie nog wereldwijd. Vooral in landen waar de welvaart de voorbije jaren steeg, zoals in China, zit vlees eten in de lift. Het wordt er namelijk, net zoals bij ons vroeger, gezien als een teken van rijkdom. Ervaring leert bovendien dat het geen makkelijke klus is om verstokte vleeseters te overtuigen om vaker voor vegetarische of andere alternatieven zoals insecten te kiezen.

Conclusie: Als de vraag naar vlees niet daalt, dan moeten we een manier vinden om dat vlees op een andere manier te produceren - een manier die minder ruimte, water en voeder vereist en minder broeikasgassen uitstoot. In een labo, bijvoorbeeld, op basis van stamcellen. In theorie zou het immers mogelijk zijn om van tien stamcellen op twee maanden tijd 50.000 ton vlees te kweken. Genoeg om de wereld te voeden.

 

Hedendaagse sciencefiction

Maar van 10 stamcellen 50.000 ton vlees maken is niet van de poes. Daarvoor is een geavanceerde techniek nodig. Klaar voor wat technische informatie?

Laat ons beginnen bij het begin: stamcellen. Dit zijn basiscellen die nog kunnen uitgroeien tot spier-, zenuw-, bot- of andere gespecialiseerde cellen. Zo’n stamcellen worden onttrokken aan eender welk dier, en in een bioreactor op een plantaardige voedingsbodem, zoals algen, verder gekweekt.

Men laat de stamcellen hiervoor maanden aan een stuk delen, zodat er een grote massa aan cellen ontstaat. Dan komt het erop aan om de stamcellen te transformeren in spiercellen. Hiervoor krijgen de stamcellen een chemisch signaal, vergelijkbaar met impulsen in het lichaam.

Tot slot moeten die spiercellen steviger worden. Bij een dier worden de spieren getraind door te bewegen. In het labo kan men daarvoor zorgen met elektrische impulsen, maar die techniek is duur en inefficiënt. Een andere optie is om ankerpunten te voorzien waar de cellen zich aan kunnen vasthechten. Hierdoor creëren ze zelf genoeg spanning om steviger te worden.

In een labo biefstuk en gebraad kweken klinkt dan wel heel futuristisch, maar de eerste kweekvleeshamburger werd al in 2012 voorgesteld door hoogleraar Mark Post van de Universiteit van Maastricht. Die werd door een professioneel smaakpanel zelfs goed onthaald.

 

Obstakels

In de praktijk zijn er echter nog wat obstakels voor de (grootschalige) kweek van in-vitrovlees. Ten eerste moeten laboranten ervoor zorgen dat de stamcellen goed blijven groeien zonder uit zichzelf te veranderen in iets anders dan spiercellen. Zo groeien embryonale stamcellen erg goed, maar veranderen ze te vroeg in breincellen. Enkel bij ratten, muizen en apen bleek dit niet het geval. Helaas zit niet iedereen te wachten op een letterlijk 'broodje aap'. Volwassen stamcellen zijn al enigszins voorgeprogrammeerd, zodat die wel goed specialiseren, maar ze groeien minder snel. Bovendien reageren vandaag slechts 50 procent van de stamcellen op de impuls om zich om te vormen tot spiercellen.

Dat percentage moet sowieso omhoog om de techniek rendabel te maken. De kostprijs vormt immers nog een enorm struikelblok. Vooral de voedingsbodem waarop de stamcellen gekweekt worden is erg duur. Met de technieken die nu voorhanden zijn, zou het volgens onderzoekers meer dan 50.000 euro kosten (50.000!) om een halve kilo vlees te produceren. Dat is wel wat veel voor een hamburger, vind je niet?

Bovendien moeten de cellen in leven kunnen blijven. Vandaag kunnen onderzoekers een dun laagje weefsel produceren, maar eens dat dikker wordt sterft de ‘spier’ af omdat er geen constante toevoer van voedingsstoffen mogelijk is. In een lichaam zorgt bloeddoorstroming hiervoor, maar die ontbreekt in een petrischaaltje. Dat betekent dat een dikke labo-steak in de supermarkt nog veraf is. De eerste dunne laagjes kweekvlees zijn enkel nog maar geschikt om te vermalen tot gehakt.

Om al die struikelblokken te overkomen, is er geld nodig, veel geld. Om het goede voorbeeld te geven, trok de Nederlandse regering al 800.000 euro uit voor een nieuw vierjarig onderzoeksproject. Daarin zouden ook de sociale en morele aspecten van de productie van labovlees onderzocht worden. We zijn benieuwd naar die resultaten!

 

Want zijn we er mentaal klaar voor?

Heel wat dierenrechtenorganisaties laten al weten dat ze enthousiast zijn. Kweekvlees valt immers zonder twijfel onder de noemer ‘diervriendelijk vlees’. Ook volgens verschillende Joodse en Moslimleiders voldoet proefbuisvlees aan hun religieuze normen. Maar bestaat er geen kans op een ‘bah’-reactie en angst voor dat ‘onnatuurlijk vlees’? De onderzoekers zelf schatten die kans redelijk klein in: “Het is niet hetzelfde verhaal als bij ggo’s. Hier is niets gemanipuleerd. Het vlees is eigenlijk 100 procent natuurlijk, maar het is op een andere manier gegroeid. Bovendien staan we al zo ver van ons voedsel af - bij het eten van een steak denken we ook niet meer aan een koe - dat kweekvlees niet zo’n grote stap meer is”. Opnieuw: wij zijn benieuwd! 

 

Afgewogen

Zet jij binnenkort je tanden in een proefbuishamburger? Misschien helpt dit overzicht van enkele van de meest genoemde voor- en nadelen je bij het nemen van die beslissing ;-).

Voordelen:

  • Kweekvlees neemt minder plaats in, stoot geen broeikasgassen uit en verbruikt minder water dan 'gewoon' vlees. Het is bovendien een veel efficiëntere methode, want je kweekt enkel die stukken vlees die je nodig hebt, zodat je geen slachtafval overhoudt.
     
  • Ook de controverse rond de invoer van buitenlandse eiwitten voor veevoeder is opgelost, want spiercellen eten geen soja. Hierdoor komt heel wat landbouwgrond vrij voor (menselijke) voedselgewassen.
     
  • Vlees dat in een labo gekweekt wordt kan geen dierziektes bevatten, en moet dus nooit behandeld worden met antibiotica.
     
  • Er hoeven geen dieren meer gekweekt en gedood te worden voor een stukje vlees/vis. Dat betekent dat we (opnieuw) bedreigde diersoorten zoals tonijn kunnen eten, zonder dat hun populatie verder in de problemen komt. 
     
  • Omdat labo’s zelfs in steden kunnen worden opgezet, kan geproduceerd worden waar geconsumeerd wordt. Dit drukt de transportkosten en bijbehorende milieu-impact.

     

Nadelen:

  • Wat dan met het geliefkoosde beeld van de koe in de wei? Want wie zal er nog koeien houden als er geen veetelers meer zijn? Nogal groot om als huisdier te houden, neen? 
     
  • Enkele ontwikkelingslanden zijn momenteel volledig afhankelijk van de export van vlees en voedergewassen, en ook in ons eigen land vertegenwoordigt de veehouderij en de betrokken voedingssector een belangrijke economische waarde en werkgelegenheid. 
     
  • De vrees bestaat dat enkel grote concerns de techniek zullen kunnen betalen en implementeren, en zo de markt in handen zullen krijgen.

 

Nieuwsgierig geworden? Lees dan zeker dit artikel van Eos Wetenschap.
 

Lees nog artikels met volgende tags

wat schaft de pot in 2030, proefbuishamburger, kweekvlees, vlees
Aangemaakt op 17:56 13/11/2014 Laatst aangepast op 16:03 09/12/2014