Ontdek, proef en beleef het platteland van morgen
/gratis-abonnement
Denk-pistes

Wat je nog niet wist over onze gouden trots: de friet

Als een Belg een huis koopt, ligt het liefst binnen een straal van 2 kilometer van een crèche en nog belangrijker: op wandelafstand van een goede frituur. Maar hoe goed ken jij onze nationale trots eigenlijk?

Bij Anita, Het Smullerke of ’t Draakske, elke Belg heeft wel zijn eigen favoriete frietkot. Voor ons is een dorp zonder frituur dan ook zoals stoofvlees zonder... frieten. Gelukkig zijn er niet veel gemeenten die het zonder frituur moeten stellen: ons land telt er maar liefst 5000. En dat blijkt best wel uniek te zijn. Trek een lijn rond de concentratie aan frituren in Europa en je hebt min of meer de landsgrenzen van België.

Hoe komt het dat wij Belgen zo’n sterke frietkotcultuur hebben? Volgens Bernard Lefèvre, voorzitter van het Nationaal Verbond van Frituristen, ligt het antwoord bij de Vlaamse kermis. “Vroeger waren frieten een echt feestmaal, iets wat je één keer per jaar ging eten op de kermis. De eerste frietkoten maakten hun opgang rond 1820. Ze reden van dorp tot dorp en bakten er dan frieten op het dorpsplein tijdens de jaarlijkse foor. Frieten werden zo populair dat men de wielen van de frietwagens afdeed en ze uiteindelijk gewoon het hele jaar door op het plein bleven staan.”

veld.jpg

Het maken van lekkere frietjes begint uiteraard bij de landbouwer. Aardappelen worden in het voorjaar geplant op zogenaamde ruggen. Dit beschermt de aardappelen tegen wateroverlast en maakt het oogsten makkelijker. Nadat ze zo’n vijf maanden hebben kunnen groeien in de grond, zijn de aardappelknollen klaar om geoogst te worden. Maar eerst wordt het loof dat je boven de grond ziet, doodgespoten. Dat zorgt ervoor dat de aardappelen een sterkere schil vormen en zo beter beschermd zijn tijdens de oogst.

Wereldwijd worden er zo’n 4000 aardappelrassen geteeld. Sommigen zijn bloemig en dus perfect voor puree, anderen zijn dan weer ideaal voor chips of rösti. De koning van de frietaardappelen is het bintje. Het ras heeft de perfecte consistentie, lekkere smaak en bakgedrag om er frietjes van te maken. De knollen zijn vrij groot en de ogen (putjes in de schil) zitten dicht aan de oppervlakte. Maar zelfs het bintje heeft zijn mindere kanten. Zo is de grillige vorm nadelig voor de industrie: er gaat soms veel van de aardappel verloren bij het schillen.

Omdat aardappelen maar één keer per jaar geoogst kunnen worden, moeten ze de rest van het jaar op een goede manier worden bewaard. Nu weet je meteen waar de uitdrukking: ‘we zijn nog niet aan de nieuwe patatten’ vandaan komt. Omdat die bewaring een hele kunst is, investeert de lanbouwer in goed geïsoleerde bewaarloodsen of vertrouwt hij zijn aardappelen toe aan een verdeler. Zo komen ze ook na een bewaarperiode van enkele maanden in topconditie bij de verwerkende industrie terecht.

freit_1.jpg

Honger gekregen? Er is niet één recept voor de perfecte friet, maar er zijn wel enkele goudgele regels. Zo moet de tijd tussen het snijden en het voorbakken zo kort mogelijk zijn. Dat laatste is trouwens een echte kunst. Elke oogst en elke aardappel is anders, en zal dus ook een ander zetmeel en suikergehalte hebben, wat de baktijd bepaalt. Het voorbakken is eigenlijk meer het koken van de aardappelstaafjes om de binnenkant zacht te maken. Dit gebeurt in vet van 130 °C. Nadat de frieten even gerust hebben moet je ze afbakken op 175 °C. Plantaardige frituurolie of traditioneel ossenwit (rundsvet)? De keuze is aan jou!

 

Wist je datjes:

  • Het bintje werd genoemd naar een van de favoriete leerlingen van de Nederlandse landbouwer en leerkracht Kornelis Lieuwes de Vries. Bintje Jansma was de beste leerling van de klas toen meneer de Vries na jarenlang experimenteren het populaire aardappelras ‘ontdekte’.

 

  • Ongeveer 1/3e van de Belgische frituristen bakt de frieten in plantaardig vet, 1/3e houdt vast aan het traditionele ossenwit en de rest kiest voor een mengeling van de twee.

 

  • Frituristen zijn dappere mensen. Zo dapper dat ze mee ten oorlog trokken. Tijdens de Eerste Wereldoorlog stonden er frietkramen om de soldaten die even mochten rusten een lekkere hap te bezorgen. Niet aan de frontlinie uiteraard, maar er net achter.

 

  • Het was tijdens diezelfde oorlog dat de andere geallieerden onze gouden lekkernij leerden kennen. De Britten en Amerikanen waren verzot op de Belgische frietjes en namen het recept na de oorlog mee naar huis. Ze noemden het ‘French fries’, naar de taal die er toen aan het front gesproken werd.

 

  • Nog twijfels of frieten nu Belgisch of Frans zijn? Het enige echte frietmuseum staat in Brugge. Als frieten echt French waren, hadden ze in Parijs toch al lang een musée de frites geopend, niet?

Lees nog artikels met volgende tags

frieten, aardappelen
Aangemaakt op 14:42 13/07/2016 Laatst aangepast op 15:13 16/08/2016