Ontdek, proef en beleef het platteland van morgen
/gratis-abonnement
Denk-pistes

Vooruitblikken: is er nog ruimte voor landbouw in Vlaanderen?

 

In ons nieuwste boekje ‘Vooruitblikken met Veldverkenners’ staan we (onder meer) stil bij de veranderende omgeving waarin boeren werken. Onze natuurlijke hulpbronnen staan onder druk en onze aarde warmt op. Dit heeft gevolgen voor ons voedselsysteem, want hoe je het ook draait of keert, landbouwers hebben een vruchtbare bodem nodig om voedsel te produceren, net als water, energie, mest, natuurlijke bestuivers en… ruimte.

Allemaal inputs die schaarser worden en dus ook duurder. Het antwoord op de vraag of we in 2050 nog voldoende te eten zullen hebben (samen met die 9,6 miljard andere wereldburgers), is dan ook afhankelijk van de manier waarop we ons voedselsysteem aan de veranderende omgeving aanpassen. Gelukkig houdt een klein leger wetenschappers, beleidsmedewerkers, landbouwers en andere betrokkenen zich intussen met het vraagstuk bezig.

Wat ruimte betreft, zoeken zij bijvoorbeeld naar manieren om meerdere functies (waaronder voedselproductie) te koppelen aan een en dezelfde oppervlakte. Want vandaag wordt heel wat ruimte in Vlaanderen en de rest van de wereld on(der)benut. Om het bij Vlaanderen te houden: niet alleen in de stad maar ook op het platteland is de druk op ruimte en zeker op landbouwgrond groot. Tegelijkertijd echter staan talrijke hoeves en industriële sites op datzelfde platteland te verkommeren.

 

Een aantal feiten op een rij:

  • Steeds meer hoeves en hun bijbehorende landbouwpercelen worden verkocht aan niet-landbouwers, waardoor ze uit de landbouw verdwijnen – en dat terwijl de druk op landbouwgrond al zo groot is. Vaak gaat het om gezinnen die van de gronden een tuin of manege maken (vertuining en verpaarding van het platteland), of private investeerders met niet-agrarische (toekomst)plannen.
     
  • Als gevolg van de schaalvergroting in de landbouwsector stijgt de leegstand op het platteland. De gemiddelde oppervlakte per landbouwbedrijf stijgt, maar het aantal bedrijven neemt af, waardoor voormalige hoeves en stallen leeg blijven staan.
     
  • Boer ben je voor het leven, dat blijkt duidelijk uit het fenomeen pensioenboeren. Landbouwers houden ook na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd vast aan hun grond, omdat het hen financiële zekerheid biedt op hun oude dag. Dit is opnieuw grond die uit de actieve landbouw verdwijnt.
     
  • Vlaanderen heeft een sterk versnipperd platteland, met zeker in de buurt van de steden erg kleine, verspreide percelen. Woonuitbreidingsgebieden doen de grens tussen stad en platteland bovendien steeds meer vervagen.
     
  • De industrie en de landbouw produceren rest- en afvalstromen die voor elkaar en andere gebruikers nuttige grondstoffen zijn, maar de uitwisseling daarvan is vandaag nog (te) beperkt. Om die uitwisseling mogelijk te maken, moeten de gebruikers immers voldoende dicht bij elkaar gevestigd zijn.

 

paard-tris.png

 

 

Zoektocht naar productieve landschappen

In een poging antwoord te bieden op bovenstaande feiten, hebben toenmalig Vlaams Minister-President Kris Peeters en Vlaams bouwmeester Peter Swinnen in 2014 het project ‘Productief landschap’ gelanceerd. Het betrof een oproep naar voorstellen voor vernieuwende ruimtelijke ontwerpen in de landbouwsector, waarbij aandacht voor het economische aspect van landbouw gecombineerd werden met aandacht voor het landschappelijke en maatschappelijke.

Centraal stonden vragen zoals ‘Hoe kan het landbouwpatrimonium worden ingezet om op een zinvolle manier te voldoen aan de voortdurende vraag naar ruimte, op een manier dat de productieve landbouwgrond maximaal gevrijwaard wordt?’, ‘Hoe kunnen verschillende energiegebruikers (landbouw, gezinnen en industrie) samenwerken, zodat de afvalstromen van de ene intelligent hergebruikt kunnen worden als grondstof voor de andere?’.

Swinnen en Peeters introduceerden daarbij de term productieve landschappen. Dat zijn “open ruimtes – groot of klein, stedelijk of landelijk – die zo beheerd worden dat ze ecologisch en economisch productief worden en maatschappelijke meerwaarde opleveren”, aldus André Viljoen, academicus en voorloper op het vlak van stadslandbouw, in 2005.

 

De uiteindelijke voorstellen die geselecteerd werden, staan elk ‘model voor gewenste toekomstige ontwikkelingen’. We stellen ze kort voor:

  • Mutifunctionele en collectieve boerderij: De Kijfelaar is een pachthoeve die dringend aan renovatie toe is. Om deze te kunnen bekostigen, heeft boer Bavo Verwimp een alternatief financierings- en eigenaarsmodel voor ogen. Hij wil zich namelijk niet binden aan een bank, en is liever niet als enige boer verantwoordelijk voor de boerderij. Hij wil van de boerderij een coöperatieve maken waar boeren als coöperanten gemakkelijk in en uit kunnen stappen, en wil de gebouwen een multifunctioneel karakter geven. “De boerderij als een nieuwe, parochiale ruimte waar iedereen steeds welkom is”, zo beschrijft hij het zelf in ons boekje (pagina 23). Een mogelijkheid die hij wil onderzoeken is de combinatie van landbouw met landschapsonderhoud, zorg, hoevetoerisme en seniorenflats.
     
  • Professionele stadslandbouw in dakserre: de REO Veiling in Roeselare zocht naar een nieuwe bestemming voor de vervuilde, industriële Vuylsteke-site. Die vond ze in de combinatie verpakkingsloods (beneden) – professionele onderzoekserre (boven). De loods + serre worden intussen al gebouwd.
     
  • Woonuitbreidingsgebied wordt plek voor land(schaps)bouw: nabij het centrum van Maasmechelen ligt een nog onontwikkeld woonuitbreidingsgebied, waarmee de gemeente andere plannen heeft. Gezien de druk op landbouw in de regio, lijkt een landbouwbestemming haar meer aangewezen dan een woonbestemming. Maar dan wel landbouw ‘in nauwe relatie met het landschap en de stedelijke kern’. Concreet wordt onderzocht of er veehouderij kan gecombineerd worden met recreatie, educatie, landschapszorg en andere maatschappelijke functies.
     
  • Voedselpark voor de stad: Oostende wil van een bestaand landbouwgebied (landbouwpark Stene) dat wat verdrukt is geraakt door allerlei stedelijke en natuurlijke infrastructuur, een modern voedselpark voor de stad maken. Het 35 hectare grote gebied zal behalve een landbouw- ook een recreatieve en toeristische functie krijgen. Verder wordt onderzocht of ook wonen, waterbeheer en natuur er een plek kunnen krijgen, en welke vormen van stadslandbouw er het meest aangewezen zijn.
     

Meer info over Productief landschap en de geselecteerde pilootprojecten vind je hier.

 

akker-tris.png

 

 

Eén ruimte, meerdere functies

Meervoudig gebruik vormt in de discussie rond ruimte en voedselproductie een codewoord. En dat gebruik kan verticaal of horizontaal zijn, het kan betrekking hebben op een combinatie van voedselproductie en wonen, van voedselproductie, -verwerking, -transport en -verkoop, van voedselproductie en industriële productie, of van voedselproductie en nog iets helemaal anders. Een voorbeeld dat bouwmeester Swinnen zelf aanhaalt in De Morgen (27 februari 2014), is het idee van een agropark in een woonwijk: “In Nederland zijn prachtige combinaties bedacht van serres en woningen, waar de energieoverschotten van de ene gebruikt worden door de andere”. 

Dit idee, net als veel ideeën rond meervoudig ruimtegebruik, bouwt voort op het oorspronkelijke concept verticale landbouw, geïntroduceerd in 2001 door een Amerikaanse professor (Dickson Despommier, Columbia University). De pioniers hadden het over boerderijtorens op braakliggende stukken grond in de stad, met meerdere kweeklagen boven elkaar. Ondertussen is de term echter wat uitgehold geraakt, want alles krijgt het etiket verticale landbouw opgeplakt: ook voedselproductie langs gevels in de stad en alle productiesystemen waarbij in lagen wordt gewerkt, zoals bijvoorbeeld aquaponie (zie ‘Wat schaft de pot in 2030: aquaponie’). 

 

Enkele andere mooie voorbeelden of ideeën rond meervoudig ruimtegebruik zij deze:

  • Industriële agroclusters met uitwisseling van restwarmte en CO2: de industrie produceert restwarmte en CO2 die ze niet kan gebruiken, terwijl de glastuinbouw beide als input nodig heeft. Door serres en industriële bedrijven te clusteren, wordt niet alleen de belasting van de open ruimte en het landschap beperkt, maar kan de restwarmte en CO2 die vrijkomt bij het industriële productieproces eenvoudig naar de serrekamers gepompt worden. Een klassiek geval van het fenomeen waarin 1 + 1 meer is dan 2. Een concreet voorbeeld hiervan is de glastuinbouwzone Roeselare West die gebouwd is nabij een verbrandingsoven, die de serres van warmte voorziet.
     
  • Agroclusters met uitwisseling van restwarmte, biomassa en andere (neven)stromen: een idee dat nauw aansluit bij het vorige, is de clustering van landbouw- en tuinbouwbedrijven, waarbij het ene een nevenstroom of afvalstroom van het andere hergebruikt als grondstof. Opnieuw zo’n geval waarin 1 + 1 gelijk is aan 3 of zelfs 4. Een concreet voorbeeld is Omegabaars: een viskwekerij naast een tomatenserre, waarbij het voedingsrijke water (mest) waarin de vissen gekweekt worden naar de tomatenserre gepompt wordt, en de restenergie van de tomatenserre naar de viskwekerij. Een ander voorbeeld is ECOFERM! in Nederland, waar veehouderij gecombineerd wordt met de productie van microalgen, eendenkroos, energie en schoon water. De klassieke ‘afvalstoffen’ van de veehouderij – mest, ammoniak, CO2 en warmte – worden gebruikt als grondstoffen voor de nevenactiviteiten. De eerste ECOFERM! boerderij werd gebouwd in Uddel. Meer info vind je hier.
     
  • Herbestemming oude serres: behalve leegstaande hoeves en stallen, telt ons platteland veel verlaten serres. Deze serres een nieuwe bestemming geven, is wat Tomalgae bijvoorbeeld doet. Zij bouwden een oude tomatenserre om tot algenkwekerij. 
     
  • Tijdelijk ruimtegebruik: een idee dat geopperd wordt in het kader van Productieve Landschappen, is gebruik van tijdelijk braakliggende gronden voor tijdelijke vormen van land- en tuinbouw. Gronden die op lange termijn een bepaalde bestemming krijgen, kunnen tijdelijk gebruikt worden voor de productie van voedsel. Er kunnen zelfs serres op gebouwd worden, want die zijn na 20 jaar per definitie verouderd.
     
  • Landbouw in het stadspark: in Barcelona wordt aan landbouw gedaan in de stad. Het agrarisch stadspark El Parc Agrari Del Baix Llobregat ligt ten zuiden van de stad, en werd ingericht om het voortbestaan van landbouw in de onmiddellijke omgeving van de stad te garanderen. Landbouwactiviteiten worden er gecombineerd met culturele en ecologische waarden. Andere voorbeelden van grootschalige stadslandbouw vinden we in New York. Kleinschaligere vormen vinden we in eigen land, waar vooral stadsdaken en braakliggende stukken grond nabij snel- of spoorwegen benut worden.

 

weide-tris.png

 

Meer info over de veranderende omgeving waarin we leven en ideeën over de manieren waarop landbouw zich daaraan kan aanpassen, vind je in ons nieuwe boekje ‘Vooruitblikken met Veldverkenners’.

Beelden: Unsplash

Aangemaakt op 17:01 24/09/2015 Laatst aangepast op 15:55 23/10/2015