Ontdek, proef en beleef het platteland van morgen
/gratis-abonnement
Denk-pistes

Verwacht in ons schoentje: speculaas

Beeld: Magdalena Kucova - Shutterstock.com

 

Vergeet vanavond zeker je schoentje niet te zetten, want anders kan je wel eens een heleboel lekkers aan je neus voorbij zien gaan en dat zou jammer zijn, zeker voor die lekkere speculaas. Of is het nu speculoos? Wij geven je als sinterklaascadeau alvast de verklaring voor die eeuwige discussie, samen met nog enkele andere weetjes.

 

Kruidige koek

Speculaas ontstond rond de 17de eeuw in Nederland. Dat is niet toevallig rond dezelfde tijd als de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Die zorgde immers voor de aanvoer van een heleboel nieuwe kruiden uit de overzeese Nederlandse kolonies. Standaard bestaat de gebruikte kruidenmengeling uit kaneel, nootmuskaat, kruidnagel, gember, kardemom en witte peper, maar er kunnen nog meer kruiden toegevoegd worden zoals anijs, korianderzaad en foelie. Naast die kruiden bevat speculaas bruine suiker, roggemeel, boter en bakpoeder.

Voor Belgische producenten waren al die exotische specerijen echter te duur om te gebruiken. Zij maakten fijnere koekjes, die wel wat kaneel bevatten, maar vooral smaak kregen door de suiker die karamelliseerde. Die Belgische koekjes waren dus kruiden- of specerijloos, wat tot de naam speculoos zou geleid hebben. De kruidigere speculaas die in Nederland zo populair is, kan je bij ons ook wel vinden bij meer traditionele bakkerijen en rond de periode van Sint-Maarten (11 november) en Driekoningen (6 januari).

 

Alle vormen en maten

Een andere verklaring voor de naam speculaas, gaat terug op speculum, het Latijnse woord voor spiegel. Om speculaas te kunnen maken in allerlei verschillende figuren, werden de koekjes in een vorm gebakken. Als ze uit die vorm gehaald werden, vormden ze als het ware zijn spiegelbeeld – vandaar speculaas.

Die houten vormen of koekplanken werden met de hand uitgebeiteld. Na het bakken moest de speculaas in een stuk uit zijn vorm geklopt worden, wat al een kunst op zich was. Net zoals het uitsnijden van de koekplanken trouwens. Leerling-bakkers moesten zelfs eerst zo’n koekplank kunnen maken alvorens ze nog maar tot het beroep werden toegelaten. Net omdat ze zo’n kunstwerkjes waren, zijn die koekplanken gegeerde verzamelobjecten geworden. Onder andere het bakkerijmuseum in Veurne heeft een mooie collectie.

 

Voor bij de koffie of jenever?

Rond de 20ste eeuw begonnen enkele Vlaamse bakkers zich te specialiseren in koekjes en speculaas, en verfijnden ze hun technieken en smaken. En hoewel onze variant minder kruidig is dan de Nederlandse, mogen wij ook terecht trots zijn op onze Belgische speculaas. Hij werd dan ook erkend als streekproduct. Maar van welke streek? Dat is nogal moeilijk te zeggen, verschillende streken claimen de herkomst, en bij nadere inspectie zien we dat we inderdaad zowel in Antwerpen en Brussel als in Charleroi of Limburg uitstekende speculaas geproduceerd wordt.

Vandaag is speculaas geëvolueerd van een feestelijk gebak naar een dagelijks koekje voor bij de koffie of, in het geval van de Hasseltse variant, voor bij een drepke jenever. De ietwat rustiekere - lees: minder verfijnde ;-) - Hasseltse ‘hoemp’ zou immers voor het eerst geproduceerd zijn met restsuiker uit een plaatselijke likeurstokerij. Al houdt de Sint het morgen beter op chocolademelk. Hoewel, als de Limburgse mama’s en papa’s braaf geweest zijn, krijgen zij van de Sint misschien wel wat extra lekkers...

 

De Sint als huwelijksmakelaar

Sinterklaas helpt vandaag brave kindjes aan nieuw speelgoed, maar in de 17de eeuw hielp hij ook jonge mannen en vrouwen aan een nieuw lief. Hij was immers ook de patroonheilige van ongehuwde dames. Jongens of meisjes die te verlegen waren om hun liefde met woorden te bekennen, konden een grote speculaaspop versieren met noten en glazuur om die als liefdesverklaring aan hun geliefde te geven. De pop werd ook wel vrijer of vrijster genoemd. Als je geliefde je pop aannam, liet hij of zij weten dat hij/zij jou ook wel zag zitten, en was het letterlijk koekenbak ;-).

 

Speculaas de luxe

Gewoon, recht uit je schoentje op de ochtend van 6 december, dan smaakt zo’n speculaasje het beste. Of tussen een verse witte boterham. Maar soms mag het ook wat specialer. En dan is dit crumbletaartje met speculaas en appel onze eerste keuze. Je vindt het volledige recept ook op de blog Peggy’s Pastime, maar wij voegden er stiekem wat meer speculaas aan toe. Mmh…

 

speculaascrumble.JPG

Beeld: Peggy’s Pastime

 

Nodig voor 2-3 personen:

  • 40 g rozijnen
  • 4 eetlepels appeljenever
  • 75 g bloem
  • 75 g witte suiker
  • 35 à 40 g zachte boter
  • anderhalve appel
  • 1 eetlepel donkerbruine kandijsuiker
  • snuifje kaneel
  • 3 verkruimelde speculaasjes
  • vanille- of speculaasijs

 

Bereiding:

  • week de rozijnen ongeveer een uurtje in de appeljenever
  • meng de bloem, suiker, verkruimelde speculaas en boter onder elkaar tot een kruimelig crumbledeeg
  • snij de appels in blokjes van ongeveer een centimeter (je hoeft ze niet te schillen) en meng er de kaneel en kandijsuiker onder
  • verdeel de appels over de potjes, bedek met een laagje crumble en zet de potjes 30 minuten in een voorverwarmde oven op 180° C.
  • schep er een bolletje vanille-ijs (of speculaasijs) over en serveer direct

 

Smakelijk!
 

Lees nog artikels met volgende tags

speculaas, koeken, sinterklaas
Aangemaakt op 16:59 05/12/2014 Laatst aangepast op 06:42 08/12/2015