Ontdek, proef en beleef het platteland van morgen
/gratis-abonnement
Denk-pistes

Uit de oude doos: vet vee en prijsbeesten, de geschiedenis van onze veemarkten

Beeld: www.HetVirtueleLand.be, Centrum Agrarische Geschiedenis

 

Een boerenfamilie poseert trots met zijn prijsbeesten. Maandenlang hebben ze naar de prijskamp uitgekeken en hun beesten alleen maar het beste te eten gegeven. Wat er te winnen viel, was immers niet alleen een geldsom, maar ook de erkenning van collega’s en een hogere waardering van hun het vee. Helaas kregen vele veemarkten het doorheen de jaren moeilijk... Enkele weetjes over de ups and downs van onze jaarmarkten:

 

  • Volgens sommige historici gaat de oorsprong van de jaarmarkten terug tot de pre-Romeinse tijd. Het overgrote deel ontstond evenwel in de middeleeuwen, toen tal van dorpen zich ontwikkelden tot steden.
     
  • De jaarmarkten vonden dikwijls plaats op de feestdag van de lokale patroonheilige of op de wijdingsdag van de plaatselijke kerk. Deze 'kercmesse' (vandaar het woord kermis) was een drukke dag, waarvan marktkramers gebruik maakten om hun waren te verkopen. Later evolueerde deze plechtigheid naar een heus volksfeest.
     
  • Sommige jaarmarkten duurden slechts één of twee dagen, maar diegene met bovenlokale uitstraling wel verschillende weken. Na verloop van tijd kenden sommige plaatsen zelfs twee jaarmarkten, één in het voorjaar en één in het najaar.
     
  • De jaarmarkten specialiseerden zich o.a. in producten die moeilijk te verkrijgen waren in het eigen dorp of in de regio, zoals bijvoorbeeld specerijen, suiker, wijn, citrusvruchten en olie, maar de blikvanger bij uitstek was doorgaans het aanbod van hoevedieren, en dan met name rundvee.
     
  • Een aantal jaarmarkten in de middeleeuwen (en later) waren gekend in heel West-Europa. De meest befaamde zijn misschien wel de jaarmarkten van Champagne, die elkaar strak opvolgden en zo het jaar rond maakten. In het graafschap Vlaanderen vielen de jaarmarkten van Torhout, Rijsel, Ieper, Mesen en Brugge op.
     
  • Vanaf de achttiende eeuw steeg het aantal jaarmarkten op het platteland aanzienlijk, waardoor ook de concurrentie steeg. Om genoeg publiek te trekken waren er een aantal factoren van belang, zoals locatie of tijd van het jaar. Veel markten vonden plaats in het najaar of voorjaar.
     
  • Aan het einde van de negentiende eeuw kwam het handelsaspect van vele jaarmarkten steeds meer onder druk te staan. De kermis bleef, maar de handel in vee verdween op de meeste plaatsen.
     
  • Op sommige plaatsen werd de veemarkt echter zowaar het uithangbord van de feestelijkheden. In de jaren 1895-1914 werden in Sint-Lievens-Houtem bijvoorbeeld zowat duizend paarden en zes- tot zevenhonderd runderen te koop aangeboden.
     
  • De overheid wenste via rasveredeling de kwaliteit van de nationale veestapel te verbeteren. Prijskampen waren een geschikt middel om te laten zien wie 'goed bezig' was. De overheid begon zich daarom zelf te moeien met de organisatie van de veemarkten.
     
  • Veeprijskampen leverden trotse winnaars op, maar ook verliezers. Fokkers en vetmesters keken maandenlang uit naar de wedstrijden. Ze verzorgden hun prijsbeesten met overgave. En hoopten op een mooie beloning voor het geleverde werk. De laureaten kregen een prijs in natura of een geldsom. Hoe groter de veemarkt, des te belangrijker de prijs.
     
  • Het belang van geldprijzen nam omstreeks 1900 sterk toe. Winst leverde ook erkenning van collega's op en deed de waarde van de dieren toenemen. De medaille en het diploma werden in de familie als een relikwie gekoesterd. En het prijsdier mocht meteen op de foto, met de trotse fokker ernaast.
     
  • Na de Tweede Wereldoorlog volgde een verdere professionalisering van het systeem. Zo richtten de fokkersverenigingen in 1959 de Vereniging voor de Inrichting van de Algemene Veeprijskampen op.
     
  • Vanaf de jaren 1960-1970 kregen de meeste jaarlijkse veemarkten het zeer moeilijk. Tal van initiatieven verdwenen. Die evolutie liep natuurlijk gelijk met de sterke afname van het aantal landbouwers. Het gemiddelde aantal runderen per bedrijf evolueerde andersom: van een vijftiental na de Tweede Wereldoorlog naar honderd en meer vandaag.
     
  • Sommige jaarmarkten kenden daarentegen de voorbije jaren een heropleving. In 2010 organiseerde de gemeente Zomergem tal van activiteiten rond de geschiedenis van haar veemarkt. Men beschouwt de veemarkt er als een cruciale bouwsteen van de gemeentelijke identiteit en omarmt de erfgoeddimensie van het evenement. De winterjaarmarkt in Sint-Lievens-Houtem werd zelfs erkend als Vlaams cultureel erfgoed. Ze gaat door op 11 en 12 november. Meer info vind je in onze agenda.
 

Het volledige verhaal ‘Vet vee, prijsbeesten en handjeklap. De geschiedenis van onze veemarkten’ lees je op de website van het Centrum Agrarische Geschiedenis: www.HetVirtueleLand.be.

In de reeks ‘Uit de oude doos’ haalt Veldverkenners in samenwerking met het Centrum Agrarische Geschiedenis elke maand een oude foto, met een verhaal dat verbazend actueel is, van onder het stof.
 

Lees nog artikels met volgende tags

uit de oude doos, vee, veemarkt, folklore
Aangemaakt op 10:49 06/11/2014 Laatst aangepast op 10:31 13/03/2015