Ontdek, proef en beleef het platteland van morgen
/gratis-abonnement
Denk-pistes

Uit de oude doos: boerenklompgolf avant la lettre?

Neen, vlasarbeiders met hun boothamer, een instrument dat ze gebruikten om het zaad van het vlas uit de vruchtdoosjes te kloppen (wat men ‘dorsen’ noemt).

Vlas is een veeleisende plant die enkel in milde, vochtige klimaten en op erg vruchtbare bodems gedijt. Maar hij geeft er ook veel voor terug: de vezels worden verwerkt tot linnen garens en stoffen, touw, papier en composietmateriaal, maar ook de zaden en bijproducten kennen allerlei toepassingen (bv olie, zeep, verf). Bovendien zette het gewas tijdens de Industriële revolutie Vlaanderen op de wereldkaart. De vlasnijverheid floreerde in de 19de en 20ste eeuw langs de oevers van de Leie (vandaar diens bijnaam ‘Golden River’), en geniet daar tot op heden wereldfaam. Tussen Menen en Deinze worden de vlastradities daarom met zorg gekoesterd.

Enkele weetjes over vlas:

  • Vlasvezels worden zoals gezegd onder meer verwerkt tot papier. De Amerikaanse dollarbiljetten bijvoorbeeld worden tot op heden gemaakt van vlasvezels.
  • In Vlaanderen werd vooral blauwbloemig vlaszaad gebruikt. In de volksmond 'tonnezaad' of 'Rigazaad', omdat het in de 19de eeuw in ronde kisten (tonnen) uit de Baltische havenstad Riga naar Vlaanderen werd verscheept.
  • Het zaaien van vlas –tussen het einde van februari en mei – ging gepaard met rituelen, wijdingen en bijgeloof. Veel vlassers begonnen bij voorkeur aan het werk op 25 maart, Onze-Lieve-Vrouw-Boodschap. 
  • Vlas bloeit normaal in de eerste helft van juni, maar dit slechts enkele uren. Het schouwspel is evenwel zo indrukwekkend, dat het onder meer streekdichters Guido Gezelle en René De Clercq inspireerde.
  • Meestal werd een partij vlas al op de vlasakker verkocht, nog voor het gesleten was. Dat vormde een groot risico, aangezien weergrillen tijdens het slijten of het drogen de waarde van het vlas nog fors konden doen dalen. Maar de angst voor onverwachte mededinging van andere kopers maakte de vlassers ongedurig. 
  • Dertig dagen na de bloeitijd is het vlas slijtrijp. Vlas slijten (uittrekken) gebeurde tot voor de Tweede Wereldoorlog vooral met de hand en was erg zwaar werk, waarvoor vaak beroep werd gedaan op rondtrekkende seizoensarbeiders. Kort na de Eerste Wereldoorlog werden in de Verenigde Staten en Ierland ongeveer gelijktijdig slijtmachines ontwikkeld. De Oostrozebeekse uitvinder Maurice Soenens bracht in 1923 zijn slijtmachine met paardentractie op de markt. Terwijl men vroeger verschillende tientallen manuren nodig had om één vlaschaard met de hand te slijten, kon men sindsdien met slechts drie mensen twee hectare per dag slijten.
  • Roten: dit karakteristieke aspect van de vlasbewerking geniet wellicht de meeste bekendheid. Bij het roten wordt de pectine, de natuurlijke lijm die de vezels op de stengel houdt, losgeweekt door bacteriën. Het vlas werd daartoe vastgebonden of in houten open kooien in de rivier geplaatst. Na een tijdje haalde men er het vlas terug uit en liet men het drogen in kapelletjes op de meersen langs de oever. Vaak gingen de vlassers daarna over tot een 'tweede rote'. 
  • Het laden, lossen en vervoeren van natte rootbundels ('bezjongs') was zwaar werk. Het meegevoerde gewicht op een Leiewagen of kortwagen kon oplopen tot 140 kilogram.
  • De Leie en de Mandel beschikken over goede rootkwaliteiten. Desondanks was het Leieroten doorheen de geschiedenis meestal verboden. De roothekkens belemmerden immers de scheepvaart. En het rootproces bedreigde de vispopulatie. Door de opkomst van de 'rootput' werd het roten in de rivier langzaam aan verdrongen. In 1938 werd een laatste keer vlas in de Leie geroot. In 1942 maakte een nieuw verbod daar voorgoed een einde aan. 
  • In Desselgem, Kuurne, Wevelgem, Bissegem en Ingelmunster bevonden zich de befaamde vlasmarkten van Kortrijk. 's Maandags was er de vlasbeurs op de Grote Markt in Kortrijk, waar honderden vlassers, machinebouwers, botenkopers en verzenders met elkaar handel dreven.
  • Het vlas werd op woensdag door de botenkoper of een voerman geleverd. Op donderdag werd het vervolgens meestal aan een grondige inspectie onderworpen in het magazijn van de verzender. Diezelfde dag nog werd de waar door een voerman opgehaald en naar de Noord-Franse spinnerijen of naar de haven van Gent gebracht. De balen vlas die bestemd waren voor Noord-Ierland of Schotland werden op vrijdag door dokwerkers in Gent op de 'vlasboot' geladen. Iedere baal droeg daarbij de naam van zijn bestemming.
 

Het volledige verhaal ‘Het vranke vlas’ lees je op HetVirtueleLand.be. Mooie beelden van de vlasnijverheid vind je nog op het West-Vlaamse beeldbankvlas.be.  

In de reeks ‘Uit de oude doos’ haalt Veldverkenners in samenwerking met het Centrum Agrarische Geschiedenis elke twee weken een oude foto, met een verhaal dat verbazend actueel is, van onder het stof.    

Lees nog artikels met volgende tags

vlas, uit de oude doos, Leie, vlasnijverheid, akkerbouw
Aangemaakt op 15:08 03/09/2013 Laatst aangepast op 11:35 24/09/2013