Ontdek, proef en beleef het platteland van morgen
/gratis-abonnement
Denk-pistes

Uit de oude doos: appeltjes voor de dorst

De herfst is bijna in het land, en dat betekent dat de appels in de plantages in rode blos hebben gekregen en klaar zijn voor de pluk. Deze veelzijdige vrucht is zo vergroeid met ons Vlaamse landschap dat we er niet meer veel bij nadenken. Maar de appel heeft een pracht van een verhaal te vertellen. Wij lijstten enkele weetjes op die zeker de moeite waard zijn om eens door te nemen:

  • De precieze herkomst van de appel is onduidelijk. Wel werden in Europa al wilde appels rond 10.000 voor Christus verzameld door de mens.
 
  • De wilde en de gekweekte soorten werden op diverse manieren bereid en bewaard (o.a. appelcider). Zowel door natuurlijke selectie als door kweek neemt de vrucht in omvang toe en begint hij meer te lijken op onze huidige appel.
 
  • Na de Chinezen zetten de Grieken en later de Romeinen de appelteelt verder. Dankzij de Romeinen vinden verschillende variëteiten hun weg naar West-Europa. Het aantal soorten stijgt bovendien snel. In België duikt al een eerste vermelding op van de appelteelt in de achtste eeuw.
 
  • In de daaropvolgende eeuwen gaat het appelverhaal in stijgende lijn. De bomen worden in de onmiddellijk omgeving van de woonst geplant en leveren zowel beschutting als gesmaakte vruchten. Cider en appelazijn worden op vele plaatsen geapprecieerd. Bovendien worden de eerste stappen gezet in de appelhandel. 
 
  • In de kloostertuinen worden de goede tradities van de appelteelt van generatie op generatie doorgegeven. Het uitzwermen van menige orde draagt bij tot de verspreiding van de teelt.
 
  • Tijdens de Renaissance stijgt het aandeel in tuinbouw en fruitteelt. Met name Haspengouw (Sint-Truiden, Borgloon) komt op als fruitcentrum met de appelteelt als belangrijkste factor. De vruchten worden overigens in heel Vlaanderen geteeld.
 
  • Gaandeweg loopt het aantal variëteiten al op tot meerdere honderden. De benamingen werden o.a. gegeven op basis van het uitzicht (kleur, vorm,...) en de smaak. Sommige appelvariëteiten gaan al enkele eeuwen terug, zoals de Sint-Jansappel, Corpendu, Bellefleur, Renet, Granny Smith en Cox's Orange Peppin. Recenter van herkomst of 'makelij' zijn Elstar, Gloster, Golden Delicious (uit twee oude variëteiten) en natuurlijk Jonagold.
 
  • Vanaf 1870 komt er een versnelling. Haspengouw, het Land van Herve, Meetjesland en Pajottenland ontwikkelen zich tot centra van de appelteelt. Verse vruchten en afgeleide producten (stroop, cider, jam) uitgevoerd naar Duitsland en zelfs naar Engeland. Wel daalt het aantal geteelde variëteiten.
 
  • Vanaf de jaren 1950 kent de appelteelt een haast revolutionaire ommekeer. De bekende hoogstamaanplantingen maken massaal plaats voor laagstambomen die tal van rendabiliteitvoordelen genieten inzake onderhoud én oogst. In vele streken verandert het landschap drastisch.
 
  • Ook op technisch vlak vormen de jaren 1950 de aanzet voor tal van vernieuwingen. Deze gelden voor zowel de kweek, bewaring als het op de markt brengen van de appelen. Een efficiënte bewaring laat de telers alvast toe hun fruit bijna een heel jaar lang te verkopen en zo te mikken op de beste prijzen.
 
  • In de jaren 1970 wordt de 'Jonagold' appel gelanceerd die de volgende decennia zal domineren. Daarnaast zullen Elstar, Gloster en Boskoop sterkhouders worden van de appelteelt.

 

In de reeks ‘Uit de oude doos’ haalt Veldverkenners in samenwerking met het Centrum Agrarische Geschiedenis elke maand een oude foto, met een verhaal dat verbazend actueel is, van onder het stof.
Aangemaakt op 13:23 29/09/2016 Laatst aangepast op 12:46 01/12/2016