Ontdek, proef en beleef het platteland van morgen
/gratis-abonnement
Doe-tips

Tuintip: zelf aardappelen kweken

Het is maart en dat wil zeggen dat je eindelijk weer aardappelen mag poten (planten) in je moestuin. Toch als je vroege aardappelen wil. Voor halfvroege of late rassen wacht je best tot april en mei. Poten kan in (vruchtbare) volle grond, maar ook in een grote pot of emmer met potgrond – afhankelijk van je tuinfaciliteiten. Als je een emmer of pot gebruikt, kies dan voor één met een diameter van ongeveer 30 cm en een inhoud van ongeveer 15 liter. 

Hoe ga je te werk? Een handig stappenplan:

 

1. Keuze aardappelras

Er bestaan wel honderden aardappelrassen, waarvan sommige geschikt zijn om puree mee te maken, andere om frietjes, chips of gratin mee te maken en nog andere om gewoon te koken. Verder zijn er vroege aardappelen, halfvroege en late. Meer info over aardappelsoorten vind je in het artikel Gespot op het veld: nieuwe patatjes en op avevewinkels.be.  

 

aardappel-vlam-tris.jpg

Beeld: VLAM, Lekker van bij Ons

 

2. Voorkiemen

Wie graag écht vroege patatjes in de tuin wil, laat zijn plant- of pootaardappelen – de knollen die je poot, te koop in een tuincentra – best voorkiemen. Dat levert een groeivoorsprong op van ongeveer 2 weken. Hoe doe je dat? Je legt ze enkele dagen voor het planten op een droge maar warme en lichtrijke plaats. Na een tijdje zullen ze kiemen vormen, die 1 à 2 cm lang mogen worden. Als je pootaardappelen al kiemen hebben, moet je ze niet meer laten voorkiemen.

 

3. Uitplanten of poten

In volle grond: Maak gleuven (‘voren’) in de grond van 10 cm breed en 5 cm diep. Laat ongeveer 75 cm tussen twee rijen. Leg de aardappelen met hun kiemen naar boven in de gleuf en laat 30 tot 50 cm tussen. Bedek daarna met aarde en geef water. Als er nog nachtvorst voorspeld wordt na het planten, kan je de rijen bedekken met een doek of met stro. Dat houdt de grond warm.

In een emmer of pot: Maak een gat onderaan de emmer of pot, zodat het overtollige water steeds kan weglopen. Vul de pot vervolgens voor ongeveer 3/4de met vruchtbare grond. Leg er een knol op (één per pot) – met zijn kiemen naar boven – en vul de pot verder met grond. Geef water en zet de pot op een voldoende lichtrijke plaats, maar niet in rechtstreeks zonlicht en niet in te warme temperaturen (10 tot 15 °C is ideaal).

 

4. Aanaarden

In volle grond: De knollen die je gepoot hebt, vormen boven de grond al na een paar weken stengels met blaadjes. Onder de grond vormen ze ook stengels, maar dan met wortels in plaats van blaadjes. Als de stengels boven de grond ongeveer 15 cm groot zijn, is het tijd om de rijen op te hogen. Dat doe je door extra grond aan beide zijden van de rij toe te voegen (ongeveer 15 cm). Om de 3 tot 4 weken zal je dit moeten herhalen (zeker 2 keer). Tegelijkertijd kan je eventueel wat kalium strooien.

Aanaarden is belangrijk omdat het de plant stimuleert tot het vormen van ondergrondse stengels en knollen, en omdat het vermijdt dat de knollen in aanraking komen met het zonlicht.

 

aardappel-rug-tris.jpg

Beeld: Stijn Vandenhende

 

5. Water geven

In volle grond: Zodra de aardappelplanten in bloei staan (ze vormen mooie witte of paarse bloemetjes in de vroege zomer), beginnen de nieuwe knollen onder de grond pas echt te groeien (dikker te worden). Tijdens die groeiperiode is het erg belangrijk dat de plant niet te weinig water krijgt, want dat veroorzaakt glazige aardappelen. Als de zomer dus erg droog is, geef je best een beetje water bij.

In een emmer of pot: De grond in de pot of emmer moet eigenlijk altijd vochtig blijven, maar mag niet te nat zijn. Giet om de 2 à 3 dagen.

 

6. Oogsten

Wanneer de aardappelplanten zijn uitgebloeid en de stengels boven de grond uitgedroogd, is het tijd om te oogsten. Bij de vroegste rassen kan dit al na ongeveer 90 dagen zijn. Bij halfvroege rassen is het oogsttijd na ongeveer 100 en bij late rassen na ongeveer 120 dagen. Hoe oogst je? Til de aarde rond de plant (houd voldoende afstand zodat je niet in de knollen zelf prikt) op met een riek en verzamel alle aardappelen. Diegenen die je geraakt hebt met je riek, eet je best zo snel mogelijk op. De andere kan je even op de grond laten liggen, zodat ze kunnen drogen. Daarna kan je ze bewaren op een donkere, koele en goed geventileerde plaats.

Hoe de oogst er op een professioneel aardappelbedrijf aan toegaat, lees en zie je in het artikel Een dag in het spoor van de aardappeloogst.

 

7. En bereiden!

Lekkere en gemakkelijke aardappelrecepten vind je op aardappel.be.

 

aardappel-vlam-tris-2.jpg

Beeld: VLAM, Lekker van bij Ons

 

Meer info: www.aardappel.be, www.tuinadvies.be (teeltinfo over allerlei gewassen) 

Lees nog artikels met volgende tags

tuintip, tip, aardappel, tuinieren
Aangemaakt op 11:34 18/03/2014 Laatst aangepast op 16:29 09/05/2017