Ontdek, proef en beleef het platteland van morgen
/gratis-abonnement
Denk-pistes

Over nieuwe knolletjes

Beeld: PCG Kruishoutem

 

Noem drie groenten van maximum zes letters, waaronder een o en een c. Schorseneer? Meer dan zes letters, hé. Okra? Haha, dat is met een k!
Nee, vind je er geen? En de oca, de crosne en de yacon dan? Nog nooit van gehoord? Absoluut normaal, want echt verkrijgbaar zijn ze nog niet voor de gewone consument. Maar het PCG in Kruishoutem (Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt Oost-Vlaanderen) is volop bezig om daar verandering in te brengen. De voorbije jaren gingen ze in het project ‘Zin voor innovatie: start met nieuwe teelten’ het potentieel na van enkele nog ongekende groenten. En bij onder meer de oca, de crosne en de yacon blijkt dat potentieel heel groot.

Yacon 800450.jpg
Beeld: PCG Kruishoutem
 

De yacon

Dit knolgewas uit de Andes, ook wel Boliviaanse zonnewortel of grondappel genoemd, is heel veelzijdig, gezond én lekker. De knollen hebben een hoog gehalte aan inuline, suikerketens die in het menselijk lichaam amper worden afgebroken, waardoor ze de suikerspiegel niet verhogen. Heel interessant voor diabetici dus.
Rauw heeft de yacon een unieke zoete smaak, waardoor hij superlekker is als tussendoortje of als ingrediënt in een fruit- of groentesalade. Maar daarnaast kun je de knol ook koken, stoven, tot sap persen, inkoken tot stroop, gedroogd opeten, of opleggen in conserven en invriezen. En telkens komt er dan een nieuw heerlijk aspect aan de smaak bij. Leer de yacon beter kennen

Annelien Tack, onderzoeker openluchtgroenten PCG: “Met de yacon zijn we al het langst bezig van de drie. We hebben ons tot nu toe gericht op teeltoptimalisatie, en begeleiden geïnteresseerde telers bij de opstart. Het is een teelt die het hier heel goed doet, en het is een heel goed product voor de bioteelt. Hoewel de beginperiode wel behoorlijk intensief is om het onkruidvrij te houden, is het een teelt waarop je weinig moet ingrijpen. Eigenlijk zien we geen ziekten of plagen, en de plant heeft niet veel meststoffen nodig. Het is wel een heel vorstgevoelige plant, wat het wat lastig kan maken aangezien er maar in oktober/november kan geoogst worden.
Het is dus een product dat alles in zich heeft om het hier te maken, maar het grootste probleem is dat de mensen het nog niet kennen. De komende tijd zetten we dan ook in op promotie bij schakels uit de hele keten: telers, restaurants, verwerkende bedrijven … We werken ook samen met VIVES Hogeschool uit Roeselare, waar ze bezig zijn met productontwikkeling. Hopelijk kunnen we ook wat koks aanzetten om recepten te ontwikkelen, want bij de yacon is dat nog heel beperkt. Het zal traag gaan, maar ik geloof er absoluut in.”

 

Oca 800450.jpg
Beeld: PCG Kruishoutem
 

De oca

Net als de yacon komt de oca, of knolklaverzuring, uit het Andesgebergte, waar het een van de belangrijkste voedingsgewassen is. Afhankelijk van het aanwezige gehalte oxaalzuur kunnen de knolletjes een licht bittere smaak hebben, maar door ze enkele dagen in de zon te leggen, wordt dit oxaalzuur omgezet in suikers, en dan krijgen ze een subtiele zoete smaak.
De schattige knolletjes, die in veel verschillende kleurvariëteiten bestaan, zijn zowel rauw als bereid heel lekker. Ze zijn ideaal voor in salades of koude gerechten, maar je kunt ze ook koken, bakken, wokken, frituren … Ook het blad is eetbaar, met een lichtzure smaak, en is populair in restaurants als toevoeging aan desserts of salades. Leer de oca beter kennen

Annelien Tack: “De oca is in Zuid-Amerika een heel belangrijk gewas, en er is veel kans dat het hier ook lukt. De verschillende kleurtjes zijn namelijk heel aantrekkelijk. Zeker voor restaurants vormt de oca daarom een meerwaarde, en het is dus een ideaal gewas voor telers die naar niches op zoek zijn. De plant doet het hier heel goed, en heeft weinig last gehad van de voorbije droge zomer. Net als de yacon is de oca heel vorstgevoelig, en daartegenover staat dat de plant pas knollen maakt wanneer de dagen korter beginnen worden. Oogsten gebeurt dus best zo laat mogelijk, eind november of begin december, maar voor de eerste nachtvorst.
Hier en daar wordt de oca al geteeld, en in groothandels voor de horeca, zoals ISPC, zijn de knolletjes zeker al te vinden.”

 

Crosne 800450.jpg
Beeld: PCG Kruishoutem
 

De crosne

De crosne, ook wel Japanse andoorn of Chinese artisjok, ziet er voor de ene persoon heel tof uit en voor de andere wat minder aantrekkelijk. De knolletjes zien er namelijk uit als insectenlarven. Door die vorm zijn ze ook redelijk moeilijk te kuisen. Maar ze zijn een absolute topper, met een subtiele nootachtige smaak die wat doet denken aan aardpeer of artisjok. Rauw in salades zijn ze lekker, maar ze kunnen ook gekookt, gebakken, gefrituurd … worden. Leer de crosne beter kennen

Annelien Tack: “Net als de oca heeft de crosne het hier heel goed gedaan ondanks de droge zomer. Het is een plant die tegen een stootje kan, en niet veel extra zorg behoeft. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de ulluco (nvdr. jup, nog eentje met zes letters en de c en de o). Die hebben we hier ook geprobeerd dit jaar, maar die blijkt veel gevoeliger. Door z’n beperkt wortelgestel ziet die heel erg af in omstandigheden van droogte en hitte, en de ulluco heeft de voorbije zomer dan ook niet overleefd.
De crosne vind je nu en dan al In restaurants, bijvoorbeeld verwerkt in wokgerechten. De knolletjes hebben een goede knapperige beet, wat heel interessant is voor chefs voor een mooie structuur in hun gerecht.”

Annelien heeft ons alvast overtuigd, dus we supporteren hevig dat we de nieuwe knollen binnen afzienbare tijd in de winkel vinden. Kun je binnenkort al wat yacons op de kop tikken, download dan al enkele gerechten.

PS Psssst! Rucola was trouwens nog een goed antwoord op de vraag waarmee we begonnen waren. Maar daar ging ons artikel niet over. ;-)

Aangemaakt op 17:05 28/09/2018 Laatst aangepast op 15:50 04/12/2018