Ontdek, proef en beleef het platteland van morgen
/gratis-abonnement
Denk-pistes

Op de rooster: vlees en klimaat

Wie dit jaar meedoet aan Dagen Zonder Vlees (DZV) uit milieuoverwegingen, werkt zich best een beetje in de materie in. Gewoon vis of vlees schrappen van het menu en vervangen door vleesvervangers uit de supermarkt, is om diverse redenen wat kortzichtig. Enkele weetjes, bedenkingen en nuances.

 

‘Vlees mag niet’ of ‘vlees moet niet’?

‘DZV is geen pleidooi voor het volledige vegetarisme, maar een warme oproep om bewust minder vlees en vis te eten, minder voedsel te verspillen, minder verpakkingsafval te creëren en meer seizoensgroenten te eten.’ Dat lezen we op de website. Initiatiefneemster Alexia Leysen was ook helemaal geen vegetariër, toen ze in 2011 de eerste editie lanceerde. Vlees had toen nog iets van een heilig huisje. Intussen is de wereld echter veranderd, en wordt vlees net vaak in de verdomhoek geduwd. Wij houden daar niet van, van beide niet. De zaken zijn nooit zo zwart-wit, zeker niet als het over voeding gaat. Daarom hieronder enkele zaken die je moet weten als bewuste consument.

 

First things first: cijfers vergelijken

Over de klimaatopwarming en vooral over de bronnen daarvan, circuleren nogal wat afwijkende cijfers. Alles hangt af van welke aspecten je meetelt, bijvoorbeeld al dan niet ook transport en productie van inputs zoals voeder en kunstmest. Daarmee moet je altijd rekening houden, anders vergelijk je appels met peren (!).

 

Wereldwijde cijfers

  • Wereldwijd is landbouw, bosbouw en ander landgebruik verantwoordelijk voor 24 procent van de menselijke broeikasgasuitstoot. Energie is verantwoordelijk voor 34,6 procent en industrie voor 21 procent. Andere bronnen zijn transport (14%) en bouw (6,4%).
     
  • Belangrijke kanttekening: ‘Landbouw, bosbouw en ander landgebruik’ is de categorie die het internationaal klimaatpanel IPCC gebruikt (dé standaard op vlak van klimaatrapportering). Dat is dus inclusief de uitstoot veroorzaakt door landbouw en bosbouw, maar ook door bosbranden, turfbranden en turfontginning. De belangrijkste bronnen daarbij zijn ontbossing, veehouderij en bodemprocessen.
     
  • Laat je bosbouw en ander landgebruik achterwege, dan stoot de land- en tuinbouw volgens IPCC wereldwijd nog zo’n 10 tot 12 procent van alle menselijke broeikasgassen uit.
     
  • Veehouderij is volgens een andere bron, de Wereldvoedselorganisatie FAO, verantwoordelijk voor 14,5 procent van de uitstoot. Hoe kan dat meer zijn dan land- en tuinbouw in zijn geheel? Heel eenvoudig: FAO gebruikt een andere methode om de uitstoot te bepalen. Ze gebruikt een totale ketenbenadering: ook de directe en indirecte uitstoot in de schakels voor en na de dierlijke productie worden meegerekend, zoals emissies bij de productie en het transport van voeders, kunstmest en het verwerkte eindproduct.
     
  • Volgens die FAO is de uitstoot van de veehouderij zo verdeeld:
    • Productie, verwerking en transport van voeders en kunstmest: 45 procent van die 14,5 procent (bijna de helft door bemesting en een kwart door veranderingen in landgebruik, zoals ontbossing)
    • Uitstoot door herkauwers: 40 procent van die 14,5 procent (waarvan 77 procent door runderen, 13 procent door buffels en 10 procent door schapen en geiten)
    • Mestopslag en -verwerking: 10 procent van die 14,5 procent
       
  • De uitstoot van de landbouw, bosbouw en ander landgebruik is volgens de FAO de laatste 50 jaar bijna verdubbeld. Zijn aandeel in de globale uitstoot is evenwel afgenomen, omdat de uitstoot in andere sectoren nog harder is gegroeid.

 

schapen-bis.jpg

 

Grote regionale verschillen

De verschillen in uitstoot tussen de regio’s zijn groot. Dat maakt dat globale cijfers niet zomaar doorgetrokken kunnen worden naar Europa, Vlaanderen of alle land- en tuinbouwers binnen Europa en Vlaanderen (!). Enkele nuances:

  • Azië is volgens de FAO de grootste producent van landbouwgerelateerde broeikasgassen (44%). Daarna volgen Amerika (25%), Afrika (15%) en dan pas Europa (12%).
     
  • Wereldwijd zijn de verschillen tussen producenten binnen dezelfde regio ook groot. De uitstoot van een individuele boer is immers afhankelijk van de omstandigheden waarin hij produceert, de methodes die hij gebruikt en het bedrijfsbeheer dat hij voert. Zo heeft de intensieve veehouderij een ander uitstootprofiel dan de extensieve veehouderij, en soms niet in de volgorde die je verwacht. De methaanuitstoot door de extensieve veehouderij in Brazilië of Argentinië zou bijvoorbeeld twee keer zo groot zijn als de methaanuitstoot door de intensieve veehouderij in West-Europa. Maar opnieuw geldt hier: welke factoren worden meegeteld, en welke niet? Over het wel of niet klimaatvriendelijker zijn van biologische ten opzichte van gangbare landbouw, werd onlangs nog hevig gebakkeleid.  
     
Desondanks zijn mondiale cijfers belangrijk. De klimaatverandering houdt immers geen rekening met landsgrenzen. De uitstoot en de gevolgen daarvan op het klimaat aan de andere kant van de wereld, heeft daardoor ook invloed op het klimaat bij ons.

 

Europese cijfers

  • In Europa is landbouw verantwoordelijk voor 10 procent van de menselijke broeikasgasuitstoot, energie voor 79 procent, industrie voor 8 procent en afval voor 3 procent. Deze cijfers zijn niet afkomstig van het IPCC of de FAO, maar van EMA, het Europees Milieuagentschap.
     
  • Veehouderij op zich stoot volgens het JRC, het Joint Research Centre van de Europese Commissie, 9 tot 13 procent van de totale menselijke broeikasgassen uit. Dat is 13 procent wanneer emissies door landgebruik en veranderingen in landgebruik (bv. ontbossing) meegeteld worden.

 

Vlaamse cijfers

  • In Vlaanderen is landbouw verantwoordelijk voor 8 procent van de menselijke broeikasgasuitstoot. Industrie telt voor 25 procent, energie voor 21 procent, verkeer voor 22 procent, huishoudens voor 13 procent en handel en diensten voor 6 procent. Deze cijfers zijn berekend door de VMM, de Vlaamse Milieumaatschappij.
     
  • Zo’n 70 procent van de landbouwuitstoot wordt toegewezen aan de veehouderij. Dat brengt het aandeel veehouderij in de totale Vlaamse uitstoot op 5 procent.
     
  • De uitstoot van de landbouw in Vlaanderen is sinds 1990 met 26 procent gedaald. Dit ondanks een toenemende productie. Hoe dat kan? Door investeringen in energiebesparing en hernieuwbare energie, een strenger mestbeleid, een hogere productiviteit, enzovoort.

 

koe-bis.jpg

 

De enige boosdoener?

Dat de land- en tuinbouw broeikasgassen uitstoot, valt niet te ontkennen. Maar zeggen dat je het klimaat kan redden door enkel en alleen vlees (en vis) van het menu te schrappen, is een brug te ver. De sector draagt bij tot de klimaatopwarming, maar is niet de enige. Zoals je hierboven kon lezen, is de industrie in Vlaanderen verantwoordelijk voor 25 procent van de uitstoot, het verkeer voor 22 procent, energie voor 21 procent en huishoudens – dat zijn wij samen – voor 13 procent. Hoe zit dat?

Bij die uitstoot wordt de verwarming van onze huizen gerekend, emissies uit afvalwater (de septische put) en drijfgas uit allerlei spuitbussen. Onze uitstoot in het verkeer wordt er niet bijgerekend, dat valt onder de categorie verkeer (22%).

Wat ook niet onder de categorie huishoudens valt, maar wel een bijzonder te betreuren vorm is van broeikasgasuitstoot, is het voedsel dat wij verspillen. Volgens de FAO gaat jaarlijks zo’n 1,3 miljard ton voedsel verloren, geproduceerd op ruim een kwart van onze landbouwgrond. Kostbare grondstoffen die verspild worden, om nog maar te zwijgen van de nutteloze hoeveelheid broeikasgassen die bij de productie, de verwerking, het transport en de verpakking van dat verspilde voedsel uitgestoten worden. In ontwikkelde landen spelen wij consumenten op dit vlak een belangrijke rol. Het meeste voedsel in het Westen gaat immers verloren in de retail en bij de mensen thuis. Een gegeven dat DZV mooi heeft opgepikt, want in de campagne wordt nu ook opgeroepen om minder voedsel te verspillen. Net als meer seizoensgroenten te eten en minder verpakkingsafval te creëren.

 

wortel-bis.jpg

 

Geen heilige boontjes

Daarenboven is plantaardig eten ook niet altijd klimaatvriendelijk. Inge Ghijs schreef daarover deze week een interessant artikel in De Standaard. “Vegetariërs zijn niet per definitie de redders van het klimaat, het hangt ervan af wat ze eten”, klonk het. En: “Lokaal voedsel is niet altijd goed, eten van ver weg niet altijd slecht.”

Niets is zwart-wit, zoals we al zeiden. Ghijs: “Slechts 11 procent van alle broeikasgassen die bij de productie van voeding vrijkomt, is voor rekening van vervoer. Voedselkilometers zeggen dus wel iets over duurzaamheid van voeding, maar niet alles. Negentig procent van wat we eten wordt trouwens geproduceerd binnen een straal van 300 km, en transport over de weg heeft relatief gezien een kleine impact op de CO2-uitstoot.”

Voedsel dat van dichtbij komt, is desondanks niet per definitie te verkiezen boven producten die van de andere kant van de wereld komen. Dat hoorden we al eens tijdens een lezing van Vredeseilanden, en wordt nu door Ghijs in De Standaard herhaald. Het hangt ervan af hoe de producten geproduceerd worden (bv. in openlucht of in serre), welk seizoen het is en hoe ze vervoerd worden. Ghijs: “Exotisch fruit zoals bananen, citrusvruchten of ananas, komt met de boot. Omdat zo enorme volumes tegelijk getransporteerd worden, is die CO2-impact per kilogram beperkt. Wel absoluut te vermijden is alles wat met het vliegtuig wordt vervoerd: vooral zacht fruit en sommige groenten.” Ze verwijst daarbij naar blauwe bessen uit Chili, asperges uit Peru en boontjes uit Kenia.

 

vrachtschip-bis.jpg

 

“Maar meer nog dan de afstand, speelt de manier van produceren een rol”, gaat ze verder. “Kropsla, geteeld in de zomer in volle grond, heeft een kleine CO2-uitstoot. Maar in de winter is Belgische sla, die in een verwarmde serre is geteeld, een ander verhaal. Dan kunnen we in de herfst beter sla uit Italië halen, waar de zon langer schijnt. Dat geldt ook voor andere groenten, zoals tomaten. Spaanse tomaten hebben in de winter een kleinere CO2-impact dan Belgische, ook al moeten ze met de vrachtwagen helemaal tot hier worden gebracht.”

Hetzelfde geldt voor fruit en groenten die gekoeld worden om lang te kunnen bewaren. “In 9 tot 10 maanden van het jaar is het beter om Belgische appels en peren te eten. Maar van juni tot augustus hebben de Nieuw-Zeelandse appels die met de boot naar hier komen een lagere uitstoot dan de Belgische appels die dan al tien maanden in de koeling liggen.”

En vleesvervangers die je in de supermarkt koopt? Ook geen heilige boontjes, zeker niet op vlak van gezondheid. Voedingsdeskundige Patrick Mullie zei daar onlangs nog over dat ze veel toegevoegde vetten, suiker en zout bevatten. Het zijn immers bereide producten, en zijn daardoor niet gezonder dan bereide producten op basis van vlees. In plaats van vegetarische burgers en worsten, eet je tijdens vegetarische dagen volgens Mullie beter onverwerkte basisproducten, zoals peulvruchten, linzen en soja (bv. tofu, tempeh). Die worden toch niet allemaal hier geteeld? Klopt, maar zoals Ghijs in De Standaard terecht aanhaalt zeggen voedselkilometers niet alles. En soja wordt trouwens ook in de veehouderij gebruikt.

 

peulvruchten-bis.jpg

 

Wat nu?

Zoals vaak in discussie zoals die over vlees, ligt de waarheid ergens in het midden. Dat is het enige wat we met zekerheid durven te stellen. Voor de rest is het een erg complexe materie. Zoals heel het klimaatverhaal, trouwens. Meer daarover lees je in ons boekje ‘Klimaat’. Je kan het hier online lezen of gratis een papieren pakket aanvragen (vanaf 10 exemplaren) via . Als je de klimaatverandering wil stoppen, is dit echt een must-read. Hoe kan je immers een bijdrage leveren, als je niet weet waar het over gaat?

Lees je liever de verschillende hoofdstukken apart? Die vind je in deze reeks.  

 

Bron: IPCC, FAO, JRC, EMA, VMM, VILT, De Standaard

Lees nog artikels met volgende tags

voeding, vlees, klimaat, Dagen Zonder Vlees, klimaatverandering
Aangemaakt op 14:58 02/03/2017 Laatst aangepast op 11:05 06/04/2017