Ontdek, proef en beleef het platteland van morgen
/gratis-abonnement
Denk-pistes

Op de rooster: het prijzenprobleem + 4 x anders boodschappen doen

Beeld: handmadecharlotte.com

 

Afgelopen week is veel gezegd en geschreven over eerlijke prijzen voor landbouwers en hun negatief familiaal arbeidsinkomen. Maar liefst 15 (!) procent van onze boeren verdiende in 2011 tot 2013 niets. Niets! Integendeel, ze maakten verlies en moesten hun spaarvarken openbreken om rond te komen. Er wordt al langer gezegd dat landbouwers in crisis verkeren en dat ze onder de kostprijs verkopen. Maar nog nooit werd het zo duidelijk gesteld (en gestaafd) als nu, met cijfers van het Departement Landbouw en Visserij en van Boerenbond.

 

85% verdient goed?

Vijftien procent doet het dus slecht. Maar die andere 85 procent doet het goed? Neen, dat valt ook tegen. Het gemiddelde familiaal boereninkomen bedroeg in diezelfde periode 20.531 euro, zonder aftrek van sociale bijdragen en belastingen. Dat is volgens De Standaard de helft van wat loontrekkenden gemiddeld verdienen per jaar. En bovenop die 15 procent boeren die in armoede leven (ja, zo mag je het gerust noemen), moet 25 procent toekomen met een familiaal inkomen van minder dan 25.000 euro. Dat wil zeggen dat de gezinsleden werken voor een uurloon van 5 euro (gesteld dat ze 50 uur per week werken, wat zeker geen overschatting is). 5 euro!

 

Conjunctuur of structuur?

Is dit een probleem van slechte conjunctuur, of is er meer aan de hand? Want je hoort regelmatig zeggen dat de conjunctuur in bijvoorbeeld de varkenssector (de zogenaamde varkenscyclus) niet meer bestaat. Vroeger volgden goede en slechte jaren elkaar op, maar vandaag laten de goede jaren wel erg lang op zich wachten. Volgens landbouwethicus Stef Aerts ligt het probleem minstens voor een deel in de lage prijzen die wij voor voeding betalen. “Die prijs verandert nauwelijks, terwijl we wel een behoorlijke inflatie hebben gekend”, zegt hij in De Standaard. En die inflatie, die vertaalt zich voor boeren in gestegen kosten: energie, meststoffen, gewasbescherming, voeder, grond enzovoort.

 

Geen kwestie van liefdadigheid

Boeren moeten dus betere (lees: correcte) prijzen krijgen voor hun producten. Dat is niet eens een kwestie van liefdadigheid of medelijden, maar van rechtvaardigheid. Want het is niet zo dat onze boeren slecht werk leveren. Ze bieden in veel gevallen topproducten aan, met een wereldwijde reputatie, die ze steeds milieu- en diervriendelijker (moeten) kweken/telen. En het zijn in de meeste gevallen goed opgeleide en geïnformeerde professionals, geen sukkelaars die hun wereld niet kennen. Ze hebben gewoon niet veel in de pap te brokken als het op onderhandelen met aankopers van supermarkten en voedingsbedrijven aankomt. Hun macht in de keten is eenvoudigweg te klein.

 

De zwarte piet

Het is trouwens een misvatting dat de supermarkten met de marges gaan lopen. Ook zij hebben het moeilijk. Dat is de reden dat ze tegenwoordig allemaal voor de laagste prijs gaan. Ze willen allemaal die ene consument lokken, die prijsbewuster is geworden door de crisis en dankzij internet heel eenvoudig prijzen kan vergelijken. Het gevolg is dat alle schakels in de keten de zwarte piet naar elkaar doorschuiven. Zoals Lily Deforce van Fairtrade Belgium (voorheen Max Havelaar) het stelt:

  • De boer zegt: ‘Ik ben het slachtoffer van de supermarkten’
  • De supermarkten zeggen: ‘Ik kan niet anders, de consument wil enkel het goedkoopste product’
  • De consument zegt: ‘Ik wil duurzame producten maar de supermarkten moeten dat oplossen én ik wil er niet meer voor betalen’

 

Wat kan je er zelf aan doen?

Door de zwarte piet naar elkaar door te schuiven, komen we er natuurlijk nooit uit. Gelukkig zijn er tegenwoordig initiatieven voor wie anders met voeding wil omgaan. Voor wie wel bereid is te betalen voor een product waarvan hij weet: ‘Dit is op een manier geteeld die ik goedkeur, door een boer uit mijn buurt die ik apprecieer, en hij heeft er iets aan verdiend, zodat hij nog meer kan inzetten op kwaliteit en milieu- en diervriendelijkheid’. Een overzicht:

 

1. Voedselteams

voedselteams-tris.png

Bestaat al sinds de vroege jaren 2000 en groeide sindsdien uit tot een netwerk van 167 lokale teams. Bij Voedselteams koop je in feite samen biologische producten van producenten uit je buurt. Bestellen doe je via een webwinkel, waarna je op een vaste dag in de week jouw bestelling kan oppikken in het verdeelpunt van jouw team. Je stort elke maand een bepaald bedrag (de som van wat je gekocht hebt) in een gezamenlijke pot en betaalt daarbovenop elk jaar lidgeld van minstens 15 euro (meer geven is toegestaan ;)). Enkele voordelen:

  • Voedselteams is de ideale keuze voor wie biologisch, lokaal en fair trade wil eten. Voedselteams werkt uitsluitend met biologische boeren en vult het assortiment aan met producten uit lokale Wereldwinkels.
     
  • Een team werkt in feite onafhankelijk, ondersteund door een regioverantwoordelijke van de organisatie. Elk team heeft zo een team-, depot- en financieel verantwoordelijke – functies die roteren zodat de lasten en lusten binnen het team eerlijk verdeeld zijn.
     
  • Regelmatig organiseren de teams ontmoetingsmomenten met of zonder de producenten, zodat iedereen elkaar beter kan leren kennen. Elk teams kiest zelf of en welke producent ze uitnodigen, en waarover ze met elkaar of met hem willen praten. In feite is zo’n Voedselteam dus ook een sociaal gebeuren, en staat open communicatie met elkaar centraal. Gemiddeld bestaat zo’n team uit 20 gezinnen uit dezelfde buurt. Kan dus al tellen als vereniging.
     
  • De teams betalen de producenten rechtstreeks. Zij ontvangen dus 100 procent van de verkoopprijs. De organisatie Voedselteams int alleen het lidgeld van de teamleden. 

Meer info: www.voedselteams.be

 

2. Fermet

fermet-tris.png

Nieuw! Fermet heeft er juist een succesvolle testfase opzitten in Antwerpen (9 producenten + 99 gezinnen) en wil volgende week (vanaf 23 maart 2015) voor echt in ’t stad van start gaan. Snel zouden ook afdelingen in Gent en Leuven volgen, en op termijn (dat is toch de ambitie) in heel België.

Fermet is een online boerenmarkt waar je als consument lokaal geproduceerde voedingsproducten kan bestellen, waarna je ze een keer per week kan ophalen op een afhaalpunt in je buurt of aan huis geleverd krijgt. Dat zou allemaal heel gemakkelijk en comfortabel moeten zijn. Maar dat is niet het enige goede nieuws:

  • De lokale producenten krijgen een degelijke prijs. Fermet betaalt ze wat ze vragen en rekent het dubbele aan de klant aan. Vijftig procent (minstens*) van wat jij betaalt, gaat dus altijd naar de boer (ter vergelijking: bij producten in de supermarkt is dat maar (gemiddeld) 20 procent). De andere helft gaat naar de organisatie, die het geld gebruikt om het netwerk en de dienstverlening uit te breiden. Hoe groter dat netwerk wordt, hoe kleiner trouwens de marge die Fermet nodig zal hebben.
     
  • Die hogere marge voor de boer is mogelijk omdat Fermet werkt met lokale producenten. Er is slechts een klein budget nodig voor opslag en vervoer, en al wat wordt aangeleverd is al verkocht, dus er gaat niets verloren. Voor levering betaal je als klant bovendien een extraatje: 2 euro voor levering in een verdeelpunt en 5 euro voor levering aan huis.
     
  • Je betaalt niet meer dan in de supermarkt, want als die 50 procent voor Fermet het product te duur dreigt te maken, laat de organisatie haar eigen marge dalen*. Aan die 50 procent voor de boer wordt echter niet gemorreld. Daar kan je vanop aan.
     
  • De producten zijn heel vers, omdat ze lokaal geteeld worden en recht van bij de boer komen. Dit komt ook de smaak ten goede.
     
  • Je kan vragen stellen aan de producenten. Transparantie en open communicatie over de manier waarom de producten geteeld worden, staan centraal. Ook al kan het bijvoorbeeld nog beter wat milieuvriendelijkheid betreft, de producent in kwestie zal je eerlijk een antwoord geven en luisteren naar je bezorgdheden.
     
  • Dankzij die hogere marge, krijgen de boeren ruimte om te investeren in duurzaamheid. Fermet wil dit ook actief stimuleren, door een lijst met objectieve duurzaamheidscriteria te ontwikkelen waaraan de producenten moeten voldoen. Het idee erachter is dat veel boeren wel duurzamer willen produceren, maar niet durven of kunnen investeren door de lage prijzen en de stap naar bio (met zijn strenge lastenboeken) te groot vinden. Fermet wil daarom een model tussen bio en gangbaar aanbieden, met als doel dat alle producenten wél op termijn naar bio evolueren.
     
  • Fermet wil de interactie tussen consument en producent nog uitbreiden. Momenteel worden alle vragen van klanten al beantwoord door de boeren zelf. Maar op termijn moet dit verder gaan. In De Standaard spreken de initiatiefnemers over een soort Farmville in het echt: waar klanten kunnen stemmen over welk gewas de boer volgend seizoen aanplant, en waar boeren nieuwe ideeën kunnen voorleggen aan hun klanten, om het potentieel ervan in te schatten en hen eventueel zelfs al te laten intekenen op het nieuwe product.
Meer info: www.fermet.be

 

3. La Ruche qui dit Oui

la-ruche-tris.png

Nog een online boerenmarkt, maar dan eentje waarvoor je voorlopig nog naar Brussel moet. Het concept is afkomstig uit Frankrijk – vandaar de Franse naam, en is al erg populair in Wallonië. In Tour & Taxis werd vorig jaar de eerste tweetalige afdeling gelanceerd, die vooral met Vlaamse telers werkt.

Een ruche (vertaald: bijenkorf) bestaat uit buurtbewoners die in groep verse landbouwproducten willen aankopen, en producenten die hun producten aan die groep willen aanbieden. Zij vormen samen een korteketencommunity die geleid wordt door een koning(in), de initiatiefnemer die zorgt voor de nodige accommodaties. Het speciale aan La Ruche is dit:

  • Producenten geven op de website aan hoeveel van een product ze minstens willen verkopen, voor ze de tocht naar Brussel wagen. Zijn te weinig consumenten geïnteresseerd, dan wordt er niet verkocht en blijft hij op zijn boerderij. Zo is het voor de producent altijd rendabel.
     
  • De verhouding producentenprijs/consumentenprijs is hier voordeliger dan bij Fermet: 84 procent van de verkoopprijs gaat naar de producent, 16 procent naar de organisatie en de Ruche-verantwoordelijke.
     
  • Omdat de producent op voorhand weet hoeveel producten hij verkocht heeft, kan hij heel last minute oogsten. De producten die hij meeneemt naar de pop-up boerenmarkt zijn dan ook heel vers. En opnieuw: dat smaak je. Bovendien wordt op die manier geen voedsel verspild.
     
  • Op de pop-up boerenmarkt die één keer per week wordt georganiseerd, kunnen consumenten en producenten met elkaar babbelen. Het contact is hier dus nog rechtstreekser of frequenter dan bij Fermet en Voedselteams. De producten krijgen letterlijk een gezicht. 

Meer info: www.laruchequiditoui.be (Nederlandstalige website volgt)

 

4. Nog kortere keten

hoevewinkel-bella-boe-tris.png

Natuurlijk zijn er ook de hoevewinkels en zelfpluk- en zelfoogstboerderijen (ook wel CSA-boerderijen) waar je terechtkan voor producten met een gezicht. Dergelijke systemen vragen iets meer inspanning van de consument: in het eerste geval moet je zelf de producten op je boodschappenlijstje verzamelen in verschillende hoevewinkels (lees: je moet tijd hebben) en in het tweede geval moet je zelf de handen uit de mouwen (en in de grond) steken: soms mag je helpen bij het zaaien en zelf je groenten oogsten/fruit plukken – afhankelijk van de formule die je kiest. 

Adressen en meer info: www.rechtvanbijdeboer.be en www.csa-netwerk.be

 

Meer weten?

Een frisse kijk of de prijzenproblematiek vind je in het boek #savethefoodture van Vredeseilanden.
Een overzicht van voedselteams, zelfplukboerderijen, hoevewinkels en samentuinen in Leuven vind je in ons artikel ‘Leuven: waar naartoe voor boerderijen en hoeveproducten?’. Een gelijkaardig overzicht voor andere steden volgt. Houd onze website in de gaten, elke maand komt een andere stad aan de beurt.

 

Bronnen: VILT, De Standaard, Vredeseilanden, Fairtrade Belgium

Aangemaakt op 15:14 17/03/2015 Laatst aangepast op 15:09 23/04/2015