Ontdek, proef en beleef het platteland van morgen
/gratis-abonnement
Denk-pistes

Op de rooster: de slakkenboerderij

Ingrid is biologe, maar had nood aan een nieuwe uitdaging. Een varkens- of melkveebedrijf vindt ze iets voor echte landbouwers, maar slakken passen meer in haar straatje. Intussen kweekt Het Slakkenhof in Langdorp zo’n 120 000 slakken per jaar, allemaal voor menselijke consumptie.
 
Le Gros et le Petit
 
Ingrid kreeg het idee voor de slakkenboerderij door een reportage op televisie. Haar man Dany kon wel duizend redenen bedenken om het plan af te voeren, maar intussen bestaat Het Slakkenhof in Langdorp 5 jaar en groeide het uit tot een succesvol bedrijf. Een slak mag dan wel een traag dier zijn, dat is het werkritme van Ingrid en Dany niet. De wijngaardslakken worden hier geboren, gevoed en verzorgd tot ze volwassen zijn. Daarna worden ze gekookt en verwerkt tot heerlijke producten die naar sterrenchefs gaan of verkocht worden in de hoevewinkel.
 
De soort die in Het Slakkenhof gekweekt wordt, is de Gros Gris. Dit is het grote broertje van de Petit Gris, de slak die je helaas vaak op bezoek krijgt in de moestuin. Het verschil is dat de Gros Gris afkomstig is van warmere oorden en zonder bescherming zou doodvriezen in de winter. Een massale ontsnapping uit Het Slakkenhof kan dus niet lijden tot een slakkenepidemie bij de buren, want de beestjes vriezen gewoon dood. Een trucje om de twee uit elkaar te houden: draai de slak om en kijk naar de rand van haar ‘voet’. Is die wit, dan is het een gewone tuinslak. De Gros Gris heeft een donkergrijs of zwart randje.
 
Escargots of caracollen?
 
De ene slak is de andere niet. De wijngaardslak, Gros Gris of escargot die Ingrid kweekt is geen caracol zoals je die op de kermis kan kopen. caracollen zijn immers geen landslakken maar wel zeeslakken, meer bepaald wulken. Het is dus een totaal ander diertje, met een totaal andere smaak. Wijngaardslakken zijn veel zachter, een echte delicatesse. Hoewel caracollen, met de juiste bereiding, uiteraard ook heel lekker kunnen zijn, worden ze erg snel taai.
 
Let op met escargots in lookboter die je in de supermarkt koopt. In 80 procent van de gevallen zijn dit geen wijngaardslakken maar wel Turkse agaatslakken. Deze soort is veel goedkoper en wordt zo groot als een hand, waardoor ze gewoon in stukjes gesneden wordt en in het huisje van een wijngaardslak wordt gestopt. Niets mis mee, maar je weet maar beter wat je eet. Kijk dus even op het etiket: staat er ‘helix’, dan ben je wel degelijk echte wijngaardslak aan het eten ;).
 
In tegenstelling tot wat veel mensen denken, is het huisje van de slak niet leeg. Alle belangrijke organen zitten hierin, zodat ze beschermd worden tegen aanvallen van roofdieren. Het huisje is zo onmisbaar dat de baby slakjes er zelfs mee geboren worden. Wist je dat een naaktslak eigenlijk ook een huisje heeft? In haar lijfje zit een kalkplaat die haar ingewanden beschermd. Daarom eten we dus geen naaktslak: de kalkplaat smaakt niet echt lekker.
 
slak_baby.jpg
 
Grote honger
 
Een slak is een nachtdier. Omdat ze zoveel vocht bevat, moet ze zich voor de zon beschermen en komt ze enkel in actie als het regent of als het donker wordt. Om de slakken te beschermen zitten ze in de kwekerij in tenten die overkapt zijn met schaduwdoek en kunnen ze zich verschuilen onder tientallen appelsienenkistjes.  Om ervoor te zorgen dat de tent schoon blijft, kweekt Ingrid ook regenwormen. Die zorgen, samen met andere insecten, voor een biologisch evenwicht in de tent en spaart de kwekers ontelbare schoonmaakbeurten uit.
 
Wie ze al op bezoek heeft gehad weet dat slakken grote eters zijn. De meer dan 120 000 exemplaren van Het Slakkenhof eten op 1 nacht zo’n 120 kroppen sla of 50 kg wortelen op. Daarbovenop krijgen ze ook een mengeling van gemalen graan, maïs, soja, kalk en peulvruchten als basisvoedsel. De groenten die de slakken verorberen zijn exemplaren die afgekeurd werden voor de supermarkten omdat hun vorm bijvoorbeeld niet optimaal is. Ingrid en Dany kopen deze groenten over van plaatselijke landbouwers en dragen zo hun steentje bij aan de beperking van voedselverspilling.
 
Geen vluggertje
 
Een slak is hermafrodiet. Dat wil zeggen dat ze zowel man als vrouw is, en ze (of hij natuurlijk ;) ) zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsdelen heeft. Wat niet wil zeggen dat ze zichzelf kunnen bevruchten; daarvoor hebben ze nog steeds een partner nodig. En niet de eerste de beste. Voor ze beginnen te paren maakt het koppel ongeveer een uur lang kennis met elkaar. Daarna brengen beide slakken hun mannelijk geslachtsdeel binnen bij hun partner. Dat is trouwens even lang als de slak zelf, namelijk wel 7 cm. Onze excuses voor deze expliciete beelden...
 
slak_paren.jpg
 
Ongeveer 16 uur (respect, slakken!!) later zijn de tortelduifjes voldaan en zijn beide partners hopelijk bevrucht. Na een zwangerschap van zo’n 14 dagen leggen ze een klompje van ongeveer 100 eitjes, dus 200 per koppel. De kleine slakjes die hier uit komen hebben ongeveer een half jaar nodig om tot volwassenen uit te groeien. Ingrid zorgt ervoor dat broers en zussen zo veel mogelijk van elkaar gescheiden worden en dat er regelmatig nieuw bloed aangekocht wordt voor de kweek. Zo blijft het risico op inteelt minimaal.
 
De kookpot
 
Wanneer de slakken volwassen zijn, is het tijd om hen te verwerken tot allerlei lekkernijen. Omdat Het Slakkenhof ook de verwerking van de diertjes voor haar rekening neemt, moet het in principe aan dezelfde voorwaarden voldoen als een slachthuis en erg veel hygiëne- en dierenwelzijnsregels moet respecteren. Dat betekent dat Ingrid de slakken pas mag koken als ze in winterslaap zijn, omdat ze dan minder pijn zouden hebben (iets waar Ingrid het niet mee eens is). Feit is wel dat de sprieten op het hoofd van de slak ingetrokken zijn tijdens hun slaap, en ze dus niet zichtbaar zijn na het koken. Dat maakt de slak minder herkenbaar voor de consument en helpt om het meer als een gewoon stuk vlees te zien in plaats van een diertje.
 
Na het koken wordt de slak uit het huisje gehaald en wordt de lever eruit gesneden. Dan worden de slakken drie keer gewassen in zout water (om het slijm te verwijderen) en gekookt in een lekkere groentebouillon. Voor de escargots met lookboter gaat het slakje terug in een huisje (niet altijd makkelijk om een passend huisje te vinden) en krijgen ze er een klontje kruidenboter bij. Ingrid verkoopt de slakken ook in bladerdeeghapjes en in bokalen met bouillon. Ze worden verkocht in haar hoevewinkel en ook de restaurants uit de buurt zijn er helemaal zot van.
 
slak_lookboter.jpg
 
 
In dit filmpje kan je Het Slakkenhof zelf ontdekken:

 
Met wijngaardslakken kan je echt alle kanten op. Ze kosten ongeveer evenveel als scampi's maar zijn volgens topchefs zoveel zachter en smaakvoller dan hun concurrenten uit de noordzee. Je kan de balletjes in de spaghetti bijvoorbeeld vervangen door slakjes, of gebruik ze in de soep, voor een ovenhapje met tomatenboter of steek ze na het bakken op een origineel spiesje. Succes (en misschien wat vreemde blikken) verzekerd!
 
Zin om Het Slakkenhof eens te bezoeken? De website geeft je alle informatie. Lekkere recepten met escargots vind je onder andere hier.

Lees nog artikels met volgende tags

slak, escargot, karakol, slakkenhof
Aangemaakt op 11:26 29/08/2016 Laatst aangepast op 16:51 08/11/2016