Ontdek, proef en beleef het platteland van morgen
/gratis-abonnement
Denk-pistes

Klimaatverandering: waar gaat het over en wat is de oorzaak?

Eind vorig jaar was het een hot topic, de klimaatverandering. Wereldleiders verzamelden in Parijs om een nieuw internationaal klimaatakkoord te onderhandelen. Media hadden het nog maar over één ding: onze uitstoot van broeikasgassen moet omlaag, of de wereld zal vergaan. We overdrijven (onze excuses), maar dat we op een punt zijn gekomen dat het nu of nooit is, klonk duidelijk door de boodschappen heen. Een boodschap die ook bij onze politici is aangekomen, want zij organiseerden voor het eerst een Vlaamse Klimaattop.

Deze week (1 december 2016) al vindt de tweede klimaattop plaats. Doel van die top? Dat alle sectoren (bv. landbouw, industrie en energie) en beleidsdomeinen kleur bekennen en een klimaatengagement aangaan. Het ideale moment dus om alles voor je op een rijtje te zetten. Want als je iets wil ondernemen tegen de klimaatverandering, moet je eerst begrijpen waar het over gaat.

Vandaag: ons klimaat verandert. Is dat niet normaal? En welke fenomenen in de atmosfeer zijn verantwoordelijk voor die verandering?

 

Klimaatverandering: waar gaat het over?

Ons klimaat verandert, en dat is normaal. Maar de snelheid en omvang waarmee het sinds het begin van het industriële tijdperk (1750) verandert, is abnormaal. Concreet gaat het om veranderingen in de temperatuur op aarde en in de oceanen, de neerslaghoeveelheid, het zeespiegelniveau en het ijsvolume. Enkele feiten en cijfers op een rij.

  • De temperatuur op aarde is sinds het midden van de 19de eeuw met 0,85°C gestegen, en sinds het begin van de 20ste eeuw met 0,74°C. De afgelopen drie decennia waren warmer dan alle vorige decennia sinds 1850, en het jaar 2015 was met een jaargemiddelde temperatuur van 14,8°C het warmste jaar sinds het begin van de metingen.
     
  • Ook in Europa en België werd het warmer. De temperatuur steeg er zelfs sterker dan het mondiale gemiddelde: in Europa met 1,3°C en in België met 2,4°C sinds 1850. De 18 warmste Europese en Belgische jaren sinds het begin van de metingen situeren zich bovendien allemaal in de afgelopen twee decennia (1989-2013/2014).
     
  • Zowel de zomertemperatuur als het aantal hittedagen (>35°c), tropische nachten (>20°c) en hittegolven in Europa is de laatste twee decennia sterk gestegen. De gemiddelde lengte van de hittegolven in West-Europa is verdubbeld sinds 1880, en het aantal hittedagen is zelfs verdrievoudigd.
     
  • De wereldwijde temperatuurstijging laat zich ook voelen in de oceanen. Het water in de bovenste laag is sinds de jaren ‘70 zo’n 0,11°C warmer geworden.
     
  • Het gemiddelde zeespiegelniveau is de afgelopen eeuw met bijna 20 cm gestegen. 
     
  • IJskappen en gletsjers smelten. De zee-ijsbedekking in het Noordpoolgebied en het ijsvolume van de gletsjers in de Alpen zijn bijvoorbeeld al gehalveerd sinds respectievelijk 1950 en 1850.
     
  • Tot slot is het zowel natter als droger geworden, afhankelijk van het seizoen en de regio: in Noord-Europa bijvoorbeeld viel afgelopen eeuw 10 tot 40 procent meer neerslag, vooral tijdens de winter, terwijl er in Zuid-Europa 20 procent minder neerslag viel, vooral tijdens de zomer. In België is de jaarlijkse neerslaghoeveelheid met bijna 13 procent gestegen sinds het begin van de metingen, een toename die te wijten is aan meer winterneerslag. Het aantal dagen met zware neerslag, iets wat vooral voorkomt in de zomer, is eveneens toegenomen. Zo tellen we vandaag gemiddeld 6 zo’n dagen per jaar, terwijl dat er begin de jaren ’50 nog 3 waren. 
 
wolken-bis.jpg

 

Normaal?

Wetenschappers en beleidsmakers gaan ervan uit dat bovenstaande veranderingen abnormaal zijn. Waarop baseren zij zich? Op geavanceerde computersimulaties die de klimaatontwikkelingen van de afgelopen eeuw kunnen reconstrueren en toekomstige kunnen voorspellen. Die simulaties tonen aan dat de vastgestelde veranderingen ruimschoots de natuurlijke klimaatveranderingen van de afgelopen 1.000 jaar overtreffen. En dit zowel wat snelheid als omvang betreft. Met andere woorden: er is iets aan de hand dat niet verklaard kan worden door de natuurlijke loop der zaken alleen.


De oorzaak?

De klimaatverandering is het gevolg van een aantal natuurlijke fenomenen, maar ook – en dat is volgens het internationale klimaatpanel IPCC meer dan 90 procent zeker – van de toegenomen uitstoot van broeikasgassen door menselijke activiteiten. Zij zorgen voor een broeikas- of serre-effect. En dat werkt zo:

De zon zendt energie in de vorm van zonlicht naar onze planeet. Een deel van die energie wordt meteen weerkaatst door de dampkring en een ander deel wordt door de aarde opgenomen. Die straalt het vervolgens opnieuw uit, in de vorm van warmte. Een deel van die warmte verlaat de atmosfeer, maar een ander deel wordt door gassen – de zogenaamde broeikasgassen – naar de aarde teruggekaatst, waardoor die opwarmt.

Deze terugkaatsing is een natuurlijk en zelfs positief fenomeen, want zonder zou het op onze planeet zo’n 30°C kouder zijn (gemiddeld -18°C in plaats van 15°C). De aarde kan uit zichzelf immers geen warmte produceren, maar heeft daarvoor straling van de zon nodig. En broeikasgassen vormen een soort isolerend deken rond de aarde dat die warmte langer vasthoudt.

Problematisch wordt het pas als dat deken te dik wordt, bij wijze van spreken. Doordat de concentraties broeikasgassen in de atmosfeer sinds het begin van het industriële tijdperk (1750) zo sterk gestegen zijn, is dat eigenlijk wat er gebeurd is: het deken van gassen is te dik geworden, en houdt te veel warmte vast. Het natuurlijke broeikaseffect wordt hierdoor versterkt. Gevolg: de aarde warmt te snel en te sterk op.

 

Broeikasgassen

Als we spreken over broeikasgassen, gaat het over deze:

  • Waterdamp of H2O
  • Koolstofdioxide of CO2
  • Methaan(gas) of CH4
  • Lachgas, distikstof(mono)oxide of N2O
  • Ozon(laag)afbrekende stoffen of F-gassen: HFK’s, PFK’s, SF6, CFK’s, HCFK’s,…

Die laatste gassen komen niet van nature voor in de atmosfeer, ze worden door de mens gemaakt voor allerlei industriële toepassingen. De andere vijf gassen komen wel van nature voor in de atmosfeer, maar niet in die concentraties die we afgelopen eeuw gemeten hebben.

Hoe zit dat dan? Een aantal van hen kunnen ook ontstaan door allerlei menselijke activiteiten. Denk daarbij aan de verbranding van fossiele brandstoffen, afvalverwerking, chemische processen in de industrie en natuurlijke processen in de landbouw. Concreet gaat het dan vooral om CO2, methaan en lachgas.

 

moeder-aarde-bis.jpg

 

Het ene broeikasgas is het andere niet

CO2, methaan en lachgas hebben een verschillend opwarmend effect. Methaan bijvoorbeeld houdt 28 keer meer warmte vast dan CO2, en lachgas zelfs 265 keer. Bovendien verblijven ze niet even lang in de atmosfeer. Methaan wordt veel sneller afgebroken (na 12 jaar) dan lachgas (na zo’n 120 jaar) en CO2 (na 100 tot 200 jaar). Om toch onderlinge vergelijkingen mogelijk te maken en de hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer in één cijfer te kunnen uitdrukken (dat praat gemakkelijker), werd voor elk gas een CO2-equivalent berekend: de hoeveelheid CO2 in kilogram die nodig is om eenzelfde opwarming te veroorzaken. Voor methaan werd dat door het IPCC vastgelegd op 25 kg CO2-equivalent, voor lachgas op 298 kg CO2-equivalent.

 

Waarom gebruikt men CO2 als ijkpunt?

Omdat CO2 na waterdamp wereldwijd het belangrijkste broeikasgas is. In 2010 bijvoorbeeld was de uitstoot van CO2 goed voor maar liefst 76 procent van de globale broeikasgasuitstoot (methaan16%, lachgas 6,2% en F-gassen 2%). Bovendien zou CO2 verantwoordelijk zijn voor zo’n 85 procent van de klimaatopwarming deze eeuw.

 

Stijgende concentraties: de cijfers

Eerder zeiden we al dat het niveau broeikasgassen in de atmosfeer sinds het begin van het industriële tijdperk (1750) sterk gestegen is. Dit zijn de cijfers:

  • Voor 1750 waren de concentraties CO2, methaan en lachgas nooit zo hoog als erna. De huidige concentraties CO2 en methaan zijn de hoogste sinds 800.000 jaar, en het huidige niveau lachgas is het hoogste sinds minstens 1.000 jaar.
     
  • De concentratie methaan in de atmosfeer was in 2013 meer dan dubbel zo hoog (153%) als voor 1750, het niveau lachgas bedroeg 21 procent meer en de hoeveelheid CO2 was 42 procent hoger.
     
  • Bovendien zijn er nog geen tekenen van stabilisatie, wel integendeel: ook de snelheid waarmee de hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer toeneemt, is hoger dan minstens de afgelopen 20.000 jaar. De concentratie CO2 nam in 2013 bijvoorbeeld nog toe aan een ritme dat opmerkelijk hoger lag dan in het voorbije decennium en tijdens de jaren ’90.

 

De komende dagen lees je het vervolg van dit klimaatverhaal. Morgen hebben we het bijvoorbeeld over de rol van de mens. Blijf ons dus volgen op Facebook, of check regelmatig deze website.

 

Geen geduld? Je kan het hele verhaal vandaag al lezen in ons boekje Klimaat. Dat kan online, of door een pakket papieren exemplaren (vanaf 10) te bestellen via .  

 

Bronnen: zie boekje Klimaat (pagina 43)

Lees nog artikels met volgende tags

klimaatreeks, klimaat, klimaatverandering, broeikasgas, broeikaseffect, boekje
Aangemaakt op 17:08 28/11/2016 Laatst aangepast op 15:22 19/12/2016