Ontdek, proef en beleef het platteland van morgen
/gratis-abonnement
Denk-pistes

Huh?! Waarom worden boeren betaald om minder te melken?

Dat de melkprijs laag is, had je waarschijnlijk al wel gehoord. Dat de boeren klagen ook. Maar hoe komt dat eigenlijk? En wie kwam op het idee om de melkveehouder te betalen voor de melk die hij niet levert?
 
Laat ons beginnen bij het begin. In 1984 legde de Europese Unie een melkquotum op. Dit systeem werd ingevoerd om de overschotten aan melkproducten (de zogenaamde boterberg en melkplas) weg te werken. Zo hield de Europese Unie dertig jaar lang de melkproductie en dus ook de prijs in de hand. 2013 en 2014 waren topjaren voor de melkveehouderij. De melkprijs bereikte ongeziene hoogten, op een bepaald moment zelfs tot wel 44 cent per liter. Op 1 april 2015 deed er zich echter een grote verandering voor: het melkquotum werd afgeschaft. Gelukkig gebeurde dit niet zonder voorbereiding: de maximaal toegelaten productiehoeveelheid werd jaarlijks stap voor stap verhoogd.
 
Maar ondanks die maatregelen waren de gevolgen van het wegvallen van het quotum groot. De hoge melkprijs van de voorgaande jaren zorgde ervoor dat veel melkveehouders het einde van het quotum zagen als de perfecte gelegenheid om fors uit te breiden. De melkproductie, en dus het aanbod op de markt, steeg sterk. De vraag deed dat helaas niet. Hoewel men had voorspeld dat de vraag naar melkproducten vanuit Rusland en China zou stijgen, gebeurde het omgekeerde. China ging op de rem staan op vlak van import, en Rusland legde haar fameuze boycot tegen landbouwproducten uit de EU op als reactie op Europese sancties. Gevolg: vraag en aanbod zijn niet meer in evenwicht en de melkprijs daalt drastisch.
 
Het kritieke niveau van 30 eurocent per kilogram melk werd plots voor veel melkveehouders niet meer gehaald. In plaats van de 40 eurocent per liter die de norm was in 2013, moeten landbouwers het in 2016 met amper de helft doen. De forse investeringen die veel bedrijven deden voor het quotum waren meestal gedaan met een hoge melkprijs in het achterhoofd, en kunnen nu moeilijk of amper renderen. Om het probleem van overaanbod op te lossen zonder de producenten al te veel schade te berokkenen, heeft de Europese Unie een tijdelijke maatregel op poten gezet: boeren financieel compenseren om minder te melken.
 
koe2.jpg
 
 
Door minder te melken verkleint het aanbod op de zuivelmarkt en zou de prijs zich moeten verbeteren en stabiliseren; dat is het idee achter het melkreductieprogramma van Europa. Midden september werd de eerste inschrijvingsronde afgesloten. In ons land zijn zo’n 750 melkveehouders bereid om minder te produceren en daarvoor in ruil een vergoeding te ontvangen van 14 eurocent per niet geleverde liter melk. Dat komt neer op ongeveer 15 miljoen liter melk of ruim 20 000 liter per deelnemend bedrijf. Deze productievermindering is van kracht van oktober tot en met december. Binnenkort zullen we weten hoeveel melkveehouders in de rest van Europa mee op de kar zullen springen. Als het budget van 150 miljoen euro dat de EU hiervoor uitgetrokken heeft, nog toereikend is, komt er een tweede inschrijvingsronde.
 

De productievermindering komt dus pas vanaf oktober op gang, maar los daarvan zien we een lichtpuntje in de evolutie van de melkprijs. Die steeg in de maand augustus met 0,03 euro ten opzichte van juli, toen de boeren het nog met 0,22 euro per liter moesten stellen. Hopelijk herstelt de markt zich snel, want met 0,25 euro zit de sector toch nog ruim onder een werkbare prijs. Belangrijk is wel dat het voor bedrijven die recent geïnvesteerd hebben niet haalbaar is om minder te melken aan een compensatie van 14 cent. Het zijn dus eerder de bedrijven die al aan het uitbollen zijn, die aan het melkreductieprogramma willen meewerken. Het valt dus af te wachten of deze maatregel echt voor structurele oplossingen kan zorgen...

Lees nog artikels met volgende tags

melkreductieprogramma, melkprijs, melk, melkveehouderij, minder melken, melkquotum
Aangemaakt op 12:30 27/09/2016 Laatst aangepast op 12:42 20/12/2016