Ontdek, proef en beleef het platteland van morgen
/gratis-abonnement
Denk-pistes

Gespot: de eerste groenbedekkers in bloei

Heb jij ze ook al gespot in het veld, de kleurrijke bloemetjes van de gele mosterd? Dit plantje staat momenteel volop in bloei en fleurt zo de velden op tijdens het najaar. Al is dat niet de primaire bedoeling. Gele mosterd wordt, net als nog enkele andere gewassen, ingezaaid als groenbedekker. Die houden het veld in topconditie tijdens de winter, wanneer er geen productiegewassen geteeld worden. Benieuwd hoe die plantjes dat klaarspelen? Wij klaarden het voor jullie uit:

 

Hoe houden groenbedekkers het veld in topconditie?

  • Losse, onbedekte grond kan bij een hevige regenval makkelijk weggespoeld worden. De wortels van groenbedekkers zorgen ervoor dat de bodemdeeltjes beter samengehouden worden, zodat de grond minder last heeft van erosie bij hevige regenval en afstromend water. Vooral grasachtige groenbedekkers zoals raaigras, met goed ontwikkelde wortels, zijn hiervoor geschikt.
     
  • Doordat de wortels van groenbedekkers kleine kanaaltjes maken in de bodemstructuur, zorgen die ervoor dat de bodem minder makkelijk kan dichtslempen. Dit is vooral gunstig op zwaardere gronden zoals leem of klei. Die zijn anders erg ‘vast’ en bijgevolg moeilijk te bewerken of te doordringen door de wortels van het volgende gewas.
     
  • Omdat groenbedekkers de bodem inpalmen, krijgt onkruid veel minder kans om door te zetten. Vooral snelle kiemers met veel bladvorming zoals bladrammenas, gele mosterd en facelia helpen bij het onderdrukken van onkruid.
 
Gele moster Inagro.jpg
Beeld: gele mosterd - Inagro

 

  • Groenbedekkers worden na hun bloeiperiode ondergeploegd zodat ze in de grond kunnen vergaan tot humus en als natuurlijke meststof dienen voor het volgende productiegewas. Vandaar dat groenbedekkers ook wel eens groenbemesters genoemd worden. Vooral de wortels van bedekkers worden omgezet, dus opnieuw zijn grasachtige planten dankzij hun uitgebreide wortelstelsel het meest geschikt.
     
  • Ze nemen ook stikstof op uit de lucht en bodem, en houden die vast. Zo kan de stikstof die door bemesting in de bodem aanwezig is niet uitspoelen en verloren gaan. Bij het onderploegen van de groenbedekker geeft die tijdens het vergaan die stikstof terug af in de bodem, waar ze als meststof dient voor het volgende gewas. Vooral vlinderbloemigen als klaver en lupine hebben sterk stikstofbindende vermogens.
     

Afhankelijk van waar de grond het meest nood aan heeft - extra bemesting of bescherming tegen erosie of onkruid - zal dus voor een andere bedekker gekozen worden. Al hangt het succes van de groenbedekker ook af van wanneer hij gezaaid wordt. Dit gebeurt best zo snel mogelijk na de oogst van het hoofdgewas. Het zaaiseizoen loopt ongeveer vanaf midden juli tot eind september.

 

Keerzijde van de groene medaille?

De meeste groenbedekkers zijn niet vorstbestendig en overleven de winter niet, zodat zij nog tijdens de winter of in het vroege voorjaar kunnen ondergeploegd worden. Bij een zachte winter kan het echter wel gebeuren dat die vorstgevoelige bedekkers toch nog bloeien in februari. Hierdoor moet de boer nog extra bewerkingen uitvoeren vooraleeer hij de groenbedekker kan omploegen. Dat kost brandstof en tijd die de boer op dat moment vaak niet heeft. In het voorjaar barst de drukte immers los op het veld.

 

Meer info:

Zeer gedetailleerde info kan je vinden op de website van de KU Leuven en Inagro.

Meer info over het onderscheid tussen groenbemesters en vanggewassen kan je lezen in het VILT-artikel “Inzaai vanggewas en groenbedekker met 10 dagen verlengd”.
 

Aangemaakt op 16:46 21/10/2014 Laatst aangepast op 13:31 13/11/2014