Ontdek, proef en beleef het platteland van morgen
/gratis-abonnement
Denk-pistes

Fabriek of keuterboer: hoe groot zijn onze boerderijen?

Over de grootte van landbouwbedrijven is al veel inkt gevloeid. Het is een onderwerp dat onze gemoederen beroert, zoveel is duidelijk. Vaak wordt de discussie echter beperkt tot twee uitersten: willen we aaibare familiebedrijven waar nog zo veel mogelijk met de hand wordt gewerkt? Of willen we moderne, efficiënte landbouwfabrieken die concurrentieel zijn op de wereldmarkt? Alsof het landbouwlandschap zo eenvoudig in twee te delen valt. De eerste categorie bestaat nog nauwelijks, de tweede is een schrikbeeld gecreëerd op basis van uitzonderlijke voorbeelden uit pakweg Australië of China. In beide gevallen heeft het weinig te maken met de landbouw in Vlaanderen anno 2016. Enkele feiten en cijfers uit ons nieuwste boekje, die dat bewijzen.

 

Vele kleintjes verdwijnen

Dat onze bedrijven groter worden, is een feit. Maar de snelheid waarmee dat gebeurt of hoe groot ze worden, zijn zaken waarover verwarring bestaat. Want terwijl rekenkundige gemiddelden lijken te wijzen op een spectaculaire groei van de bedrijven, blijft het aantal bedrijven die echt zo spectaculair groeien in realiteit beperkt. Wat gebeurt er dan wel? Het zijn vooral de kleine bedrijven die verdwijnen - wat de gemiddelden de hoogte in jaagt - terwijl de overblijvende bedrijven de vrijgekomen ruimte innemen en zo dus organisch groeien. 

 

Het gemiddelde bedrijf telt 25 hectare…

Als we praten over grote en kleine bedrijven, over wat praten we dan? De gemiddelde grootte van onze boerderijen in 2013 bedroeg zo’n 25 hectare. Een decennia geleden was dat nog 18 hectare, in 1980 zelfs nog maar 8,4 hectare. De gemiddelde oppervlakte grond die een boer bewerkt, is dus gestegen (+40% sinds 2004 en +300% sinds 1980). Maar dat is ook logisch, als het aantal boerderijen daalt (-30% sinds 2004), terwijl het landbouwareaal veel minder drastisch daalt (-1,7%).

…119 runderen, 1.848 varkens of 47.092 stuks pluimvee

Het gemiddelde aantal dieren per bedrijf stijgt continu. In 2004 waren 86 runderen, 1.284 varkens en 31.819 kippen per gespecialiseerd bedrijf nog het gemiddelde, in 2013 waren dat er al respectievelijk 119 (+38%), 1.848 (+44%) en 47.092 (+48%).

…en stelt 1,65 mensen (voltijds) tewerk

Behalve het aantal hectare en dieren, worden ook het aantal voltijdse arbeidskrachten en de standaard output (de geldwaarde van de bruto landbouwproductie van het bedrijf, excl. BTW) als indicatoren voor schaalvergroting gebruikt. Om het plaatje compleet te maken, moet je dus ook hun evolutie bekijken. In 2013 stelde het gemiddelde bedrijf 1,65 voltijdse arbeidskrachten tewerk. In 2004 waren dat er 1,4. Erg spectaculair is de arbeidsbezetting op een boerderij dus niet gegroeid - wat gemakkelijk te verklaren valt door de toegenomen mechanisatie in de sector. De standaard output per bedrijf is wél opvallend gestegen. Tussen 2004 en 2013 nam de gemiddelde productiewaarde toe met 36 procent – een stijging die in lijn ligt met die van het aantal hectare en dieren per bedrijf.

 

Maar het gemiddelde bedrijf bestaat niet

De gemiddelde Belg bestaat niet, de gemiddelde boerderij ook niet. Boerderijen verschillen onderling bijvoorbeeld erg in grondoppervlakte, onder meer afhankelijk van hun type activiteit. Zo heb je aardappelbedrijven die veel grond nodig hebben om een volwaardig inkomen te verwerven, maar ook intensieve pluimveehouderijen die met slechts 3 hectare of nog minder voldoende inkomen genereren. Om je toch een beeld te kunnen vormen van de situatie in Vlaanderen, vind je hieronder de verdeling van het aantal bedrijven volgens aantal hectare, en een vergelijking daarvan met Europa en onze buurlanden.

 

vergelijking-grootte-bedrijven-bis.jpg

 

Ter vergelijking: de gemiddelde grootte van een bedrijf in Europa is 15 hectare en in de Verenigde Staten 169 hectare. De overgrote meerderheid (88%) van de boerderijen in Europa bewerkte in 2010 een areaal kleiner dan 20 hectare, terwijl slechts 6 procent een areaal bewerkte groter dan 50 hectare. In IJsland (90%), Luxemburg (49%), het Verenigd Koninkrijk (39%) en Frankrijk (37%) komen bedrijven groter dan 50 hectare wel vaak voor, net als in de Verenigde Staten (49% >40 ha in 2002).

 

30% wordt uitgebaat door een hobbyboer

Omdat er zo veel verschil is in het aantal hectare afhankelijk van het type activiteit, is het beter te kijken naar de standaard output om de grootte van bedrijven te vergelijken. En dat levert een interessant plaatje op: slechts 70 procent van de boerderijen genereert minstens 25.000 euro aan productie per jaar, en wordt daardoor op de landbouwadministratie beschouwd als een bedrijf ‘met beroepsmatig karakter’. De andere 30 procent genereert onvoldoende inkomen om op een gangbare manier of zonder bijkomende inkomsten van te leven. Zij worden doorgaans dan ook niet uitgebaat door fulltime boeren, maar door landbouwers in bijberoep of door zogenaamde hobbyboeren – al zijn er natuurlijk uitzonderingen, zoals zelfoogst- en zelfplukboerderijen, die een heel ander businessmodel hanteren.

 

Hoe groot zijn onze professionele boerderijen?

Als 30 procent van de boerderijen geen beroepsmatig karakter heeft, geven bovenstaande gemiddelden een vertekend beeld van onze professionele land- en tuinbouw. En wat we eigenlijk willen weten, is hoe groot onze professionele boerderijen zijn. Gelukkig is dat al eens onderzocht.

Ze tellen gemiddeld meer dan 31 hectare…

Dat gemiddelde is tussen 2001 en 2012 met bijna 43 procent gestegen, want in 2001 bedroeg het nog maar 22 hectare.

…116 runderen, 1.345 varkens en 35.094 stuks pluimvee

Ook dit gemiddelde is gestegen sinds 2001, met zo’n 44 procent. Het aantal runderen op professionele bedrijven steeg met een kwart, het aantal kippen met 43 procent en het aantal varkens met 67 procent. Let wel: Het aantal dieren dat hier vermeld wordt, is de gemiddelde som van alle dieren op professionele bedrijven, ook op niet-gespecialiseerde (gemengde) bedrijven. Hierdoor is het aantal lager dan het aantal hierboven, waar alleen de dieren op gespecialiseerde rundvee-, melkvee-, varkens- en pluimveebedrijven worden meegerekend.

…en stelt 1,96 mensen voltijds tewerk

In 2001 waren dat er nog maar 1,72 (+14%). Het aantal familiale arbeidskrachten daarentegen is gedaald (-9%). Ook de arbeidsintensiteit is gedaald, wat onder meer wijst op een toegenomen mechanisatie. De standaard output van de professionele bedrijven ten slotte is sinds 2001 gestegen met zo’n 30 procent.

 

Maar ook het gemiddelde professionele bedrijf bestaat niet

Opnieuw moet de opmerking worden gemaakt dat gemiddelden niet alles zeggen. Zo zijn er grote verschillen tussen de sectoren: akkerbouw- en rundveebedrijven hebben de grootste gemiddelde oppervlakte grond (35-40 ha), kippenbedrijven de kleinste (<20 ha). Verder zijn er ook veel verschillen tussen de bedrijven onderling. De vijf grootste bedrijven bewerkten in 2011 gemiddeld maar liefst 603 hectare grond, terwijl 95 procent van de bedrijven het met minder dan 78 hectare moest doen. Hetzelfde geldt voor het aantal dieren. De vijf grootste melkveebedrijven hadden in 2011 bijvoorbeeld gemiddeld 441 koeien, terwijl de meeste (95%) andere melkveebedrijven minder dan 109 koeien molken. 

 

Meer over het hoe, wat, wie en waarom van de Vlaamse land- en tuinbouw vandaag, lees je in ons boekje ‘Wie zijn onze boeren, en wat produceren ze?’. Je kan het online lezen of via een pakket papieren exemplaren (vanaf 5) aanvragen.

Aangemaakt op 15:32 19/05/2016 Laatst aangepast op 10:19 21/06/2016