Ontdek, proef en beleef het platteland van morgen
/gratis-abonnement
Denk-pistes

Debat: de toekomst van de landbouw

De jongste jaren worden we overstelpt met onheilsberichten over de gevolgen van ons huidig economisch ontwikkelingsmodel. De manier waarop we groeien bedreigt ons eigen voortbestaan. Natuurlijke grondstoffen geraken uitgeput, het klimaat wordt steeds grilliger en beschikbare ruimte wordt een zeldzaamheid. Ons voedselmodel staat hierdoor onder druk. De wereld telt bovendien steeds meer (welvarende) mensen, die allemaal iets lekkers te eten willen. Maar over de vraag hoe de land- en tuinbouw aan die behoefte op een duurzame manier kan voldoen, leeft nogal wat onenigheid.

Veldverkenners vroeg aan Boerenbond, het Algemeen Boerensyndicaat (ABS), BioForum, de Werkgroep voor Rechtvaardige en Verantwoorde Landbouw (Wervel) en professor landbouweconomie Guido Van Huylenbroeck hoe zij de toekomst van de landbouw zien. Wat zij antwoordden, leest u onderaan dit bericht.

Maar eerst - voor de geïnteresseerden - wat meer uitleg over bestaande toekomstmodellen en -ideeën uit de actualiteit: 

Het vraagstuk over de toekomst van de landbouw vormde het centrale thema van de laatste editie van de jongerenwetenschapswedstrijd De Jonge Baekeland. De winnaars van die wedstrijd, een groep leerlingen (ze noemen zichzelf ‘de herkauwers) van het vijfde jaar Industriële Wetenschappen van het Gemeentelijk Technisch Instituut Londerzeel, zien de boerderij van de toekomst als een autonome ‘eco-village’. In die ‘hoevewijken’ wordt land- en tuinbouw op een harmonieuze manier gecombineerd met wonen, economie, ecologie, technologie en gezondheid. De boerderijen produceren voeding, sierplanten, grondstoffen voor alternatieve bouwmaterialen en energie, doen aan waterzuivering en positioneren zich (opnieuw) als het centrum van de lokale economie en samenleving (hoevewinkels, sociale werkplaatsen, kinderboerderij, -opvang, horeca, volkstuinen,…).

De deelnemers van De Jonge Baekeland zijn natuurlijk niet de enigen die al over het onderwerp hebben nagedacht. De laatste decennia werden verschillende toekomstmodellen ontwikkeld, het één model al wat meer sciencefiction dan het andere. Een bekend voorbeeld is dat van de verticale landbouw. Het concept werd in 2001 door professor Dickson Despommier van de Columbia universiteit in New York gelanceerd. Zijn Vertical Farm bestaat uit een hoogbouw-serre, gebouwd op braakliggend terrein in de stad, waarin het complete productieproces van grondstoffen tot gewas, vlees en vis is geconcentreerd. Dit op een energie-efficiënte en milieubewuste manier. De toren zou even productief zijn als 238 hectare landbouwgrond, en dus voldoende voedsel produceren om de nabijgelegen stad te voeden.

Een tweede bekend concept, agroparken, vertrekt vanuit een vergelijkbaar idee: een hoogtechnologische cluster van bedrijven en instellingen die grondstoffen en voedsel produceren, voedsel verwerken, verpakken en transporteren, reststromen en afval verwerken en recycleren, gerelateerde diensten aanbieden (bv handel, parkmanagement, machines bouwen), onderzoek uitvoeren en sociale of maatschappelijke functies vervullen (bv huisvesting, onderwijs). Dat allemaal op een beperkte oppervlakte, maar niet per se in dezelfde wolkenkrabber, en meestal strategisch gelegen aan havens of snelwegen, dicht bij grote steden.

Beide modellen worden vandaag interessant geacht omwille van het idee waaruit ze vertrekken: de integratie van stromen. Weinig mensen uit de praktijk denken echter dat de toekomst van de landbouw er echt zo zal uitzien, als iets dat los staat van het platteland en zelfs los van de grond. Tegenwoordig wordt bovendien meer gesproken over ‘transitie naar een groene economie’, agro-ecologie en stadslandbouw. En sommige van die concepten staan haaks op bepaalde elementen van de vorige modellen.

Agro-ecologisten geloven bijvoorbeeld in schaalverkleining in plaats van -vergroting, en streven naar een zo natuurlijk mogelijke landbouw. Productiviteitsverhoging is daarbij ondergeschikt. Waarom meer produceren (en vervolgens verspillen of overconsumeren) dan de onmiddellijke omgeving nodig heeft? Door juist te produceren wat past binnen de lokale ecologische en sociale grenzen, daalt de omzet van de sector allicht, maar stijgt het inkomen van de boer en wint zowel die boer als het ecosysteem als de maatschappij op lange termijn.

Opnieuw een interessant model dus, met waarschijnlijk net als de agroparken verschillende voor- en nadelen. Maar hoe kijken onze eigen (bio) land- en tuinbouwers tegen hun toekomst aan? Hoe ziet de Werkgroep voor een Rechtvaardige en Verantwoorde Landbouw (Wervel) dit? En hoe ziet de toekomst van de landbouw eruit volgens een landbouweconoom?

Aangemaakt op 17:26 11/06/2013 Laatst aangepast op 12:28 22/07/2013
  • Anne-Marie Vangeenberghe
    Woordvoerster Boerenbond

    Ik geloof niet in één model voor de toekomst van de sector. Land- en tuinbouw is zo’n ruim begrip, waarin zo veel verschillende factoren spelen, dat er niet één oplossing bestaat die werkt voor alle boeren in alle (sub)sectoren en alle streken. Er zijn zodanig veel (regionale) verschillen, bijvoorbeeld in de beschikbaarheid en vruchtbaarheid van grond, neerslagpatronen, temperatuur, aantal uren zonlicht, beschikbaarheid van arbeid en kennis, beschikbaarheid van oogst- en verwerkingstechnie...

    Lees meer
  • Kurt Sannen
    Voorzitter BioForum

    BioForum Vlaanderen is voorstander van een agro-ecologisch landbouwmodel waarbij de draagkracht van het ecosysteem te allen tijde gerespecteerd wordt. De landbouw en veeteelt van de toekomst zijn grondgebonden en de boerderij van de toekomst biedt de boer een waardig inkomen.

    We delen daarmee de analyse van hoogleraar Tittonell uit Wageningen dat de meeste landbouwbedrijven in Europa toe zijn aan extensivering, zodat kwaliteit en niet kwantiteit voorop staat. Een correcte prijs die het w...

    Lees meer
  • Hendrik Vandamme
    Voorzitter ABS

    Onvermijdelijk wordt de landbouw gedomineerd door de handelspraktijken van de grootdistributie. Zij eisen dat wij voldoen aan hun kwaliteitshandboeken en dat we voldoende en op tijd leveren aan nipte prijzen. Dit dwingt de landbouw om zeer efficiënt te produceren, aan onberispelijke kwaliteit, voor een lage prijs en in grote volumes. Landbouw krijgt hierdoor het gezicht van een agro-industrie, en dat model zal in de toekomst wellicht 90 procent van de landbouwproductie uitmaken. Daartegeno...

    Lees meer
  • Jeroen Watté
    Werkt rond communicatie, agro-ecologie en eiwittransitie bij Wervel

    Volgens Wervel komen er in de toekomst opnieuw meer boeren per hectare, omdat je als boer niet voldoende voeling kan houden met de bodem, de planten en de dieren als je te grootschalig werkt. De huidige, eenzijdige focus op arbeidsproductiviteit gaat te veel ten koste van kwaliteit, leefmilieu, werkgelegenheid en contact met de consument. Die race to the bottom zal dan ook worden stopgezet.

    Met nieuwe machines die compatibel zijn met low input-landbouw en de bodem niet degraderen maar op...

    Lees meer
  • Guido Van Huylenbroeck
    Decaan Vakgroep Landbouweconomie UGent

    We worden geconfronteerd met twee verschuivingen die een invloed hebben op ons voedselmodel. Ten eerste kennen we een enorme bevolkingsgroei, waardoor het volume van productie belangrijk blijft. Dit tegen een context van toenemende schaarste aan ruimte en natuurlijke hulpbronnen zoals water. Onze voedselproductie moet dus performanter, zodat we meer kunnen produceren met minder. Ten tweede is er de stijgende vraag naar kwaliteit, zorg voor het milieu en duurzaamheid, waar de hele agrovoedi...

    Lees meer

Reageer

Login via: