Ontdek, proef en beleef het platteland van morgen
/gratis-abonnement
Denk-pistes

Op de rooster: biologische landbouw

Deze week is Bioweek. Een week waarop we – als het goed is tenminste – allemaal wat meer bewust omgaan met wat we eten. En wie bewust eten zegt, bedoelt daarmee vaak fair trade of bio. Bio is een sterk merk geworden. Iédereen kent bio. Maar is dat wel zo? Want welke productie- en verwerkingsprocessen liggen eigenlijk aan de basis van bioproducten?

 

Bodem, preventie, innovatie en een gesloten kringloop

Niet iedereen mag zomaar een biolabel op zijn producten plakken. Sinds 1994 is de term bij wet beschermd en zijn de voorschriften vastgelegd. Wie een product als ‘biologisch’ op de markt wil brengen, moet daarom eerst gecontroleerd en gecertificeerd worden door een erkende controleorganisatie, en natuurlijk aan enkele voorwaarden voldoen. Een overzicht:

  • Een eerste kenmerk van biologische landbouw is het streven naar een natuurlijk vruchtbare bodem door ruime vruchtafwisseling, organische bemesting en mechanische onkruidbestrijding. Bioboeren zeggen daarom altijd dat ze de “de bodem voeden, in plaatst van gewassen bemesten”.
 
  • Daarnaast wordt het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en chemische gezondheidsmiddelen zoals antibiotica tot het absolute minimum beperkt. In plaats van ziekten en plagen te bestrijden met dergelijke middelen, handelt een bioboer preventief tegen problemen. Zo kiest hij voor sterke gewassen en veerassen die aangepast zijn aan de plaatselijke omstandigheden, doet hij beroep op goede insecten om schadelijke soortgenoten uit te schakelen en schenkt hij veel aandacht aan de voeding, huisvesting en natuurlijke behoeften van zijn dieren. Pas wanneer zijn oogst dreigt te mislukken of zijn veestapel écht gevaar loopt, zet hij een beperkt aantal gewasbeschermings- of geneesmiddelen in.
 
  • Een derde kenmerk van de biologische landbouw is innovatie. De sector is voortdurend op zoek naar nieuwe technieken, bijvoorbeeld om het gebruik van niet-hernieuwbare hulpbronnen terug te dringen, en heeft op die manier ook al veel verandering teweeggebracht in de conventionele landbouw. Innovatie staat daarbij evenwel altijd in het teken van natuur en milieu. Genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) bijvoorbeeld worden door de biosector niet goedgekeurd, omdat ze een bedreiging zouden vormen voor de biodiversiteit.
 
  • Ten slotte streeft een bioboer naar een gesloten kringloop op zijn bedrijf. Zo voedt hij zijn vee met biologisch voeder, bij voorkeur afkomstig van eigen veld. De geproduceerde mest wordt vervolgens terug uitgereden op dat veld, als voedsel voor de gewassen die later opnieuw in de stal belanden. Een biologisch landbouwbedrijf is daarom vaak een gemengd bedrijf, waar mest- en voederbehoeften op elkaar worden afgestemd. En wanneer dat niet haalbaar is op het eigen bedrijf, proberen bioboeren onderling samen te werken.
 
'T-goed-ter-Heule_detail-tr.jpg
 
Beeld: Mine Dalemans, 't Goed ter Heule

 

Geen additieven, kunstmatige aroma’s of smaakversterkers

Het product dat een biologisch landbouwer aflevert, vormt de basis van de biologische producten die je in de winkel aantreft. Vooraleer het echter daar belandt, wordt het vaak nog verwerkt. En ook deze schakel in de biologische voedselketen is aan allerlei regels gebonden. Verwerkte biologische producten moeten immers zo puur mogelijk blijven, met zo weinig mogelijk additieven, kunstmatige aroma’s of smaakversterkers. Daarom wordt gewerkt met ingrediënten van hoge kwaliteit en worden geen chemische verwerkingsprocessen toegepast. Wanneer toch een niet-biologisch ingrediënt of additief moet worden toegevoegd, moet de verwerker zich houden aan een lijst met toegelaten producten en maximale gehaltes.

 

Impact op de conventionele sector

Bioboeren en -verwerkers proberen dus altijd zo natuurlijk mogelijk te werken, met zo veel mogelijk respect voor mens, natuur en dier. En gelukkig is dat besmettelijk. Ook de conventionele sectoren hebben de jongste jaren immers grote stappen vooruit gezet op vlak van milieu- en diervriendelijkheid. Groente- en fruittelers bijvoorbeeld hebben zich massaal toegelegd op de geïntegreerde teelt. Dat wil zeggen dat ze ook vertrekken vanuit het idee van preventie boven genezing. Daarom vind je in elke boomgaard of groenteserre tegenwoordig slimme trucjes om ‘nuttige’ insecten en dieren te lokken of schadelijke insecten en dieren te misleiden. Al blijft het verschil in het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen tussen biologische landbouw en gangbare landbouw natuurlijk groot. 

 

'T-goed-ter-Heule-tris.jpg

 
Beeld: Mine Dalemans, 't Goed ter Heule   

 

Bioweek?

Van 1 t.e.m. 9 juni 2013 zet BioForum de biosector in de kijker. Dit jaar staan 12 ambassadeurs centraal, niet alleen 'normale' bioboeren maar ook een CSA-boerin, ijsverwerker, biobakker en biowinkeliers. Elk met een eigen verhaal dus. De hele week kan je bij hen én bij andere bioboeren en organisaties terecht voor allerlei activiteiten. Een overzicht van die activiteiten vind je in de BioGenietenGids

 

Meer info: www.bioforum.be, www.bioweek.be  

 

In de reeks ‘Op de rooster’ brengt Veldverkenners de milieu- en dier(on)vriendelijkheid van een product of subsector in kaart.

Lees nog artikels met volgende tags

biologisch, geïntegreerde teelt, gewasbescherming, antibiotica, bio, bioweek
Aangemaakt op 11:24 06/05/2013 Laatst aangepast op 10:39 05/11/2013

Reageer

Login via: